Bombardement Nijmegen
Op 22 februari 1944 werd door de Amerikaanse luchtmacht op de door de Duitsers bezette stad Nijmegen een bombardement uitgevoerd. Hierbij kwamen 773 mensen om het leven, vrijwel allemaal burgers. Het werd toegeschreven aan onnauwkeurigheid bij het bombarderen van spoorwegemplacementen, die aangemerkt waren als militair doelwit in de stad.
- 705 van hen stierven op de dag van het bombardement zelf.
- 68 anderen bezweken later aan hun verwondingen.
- Bij 15 door het bombardement omgekomen slachtoffers (vier kinderen, tien vrouwen en één man) is identificatie nooit gelukt.
- Waarschijnlijk ligt het werkelijke aantal doden hoger, omdat onderduikers niet meegeteld konden worden.
Operation Argument
De geplande aanval was onderdeel van ‘Operation Argument’ (the Big Week). Het betrof een reeks geallieerde bombardementen op Duitse vliegtuigfabrieken om zodoende de Luftwaffe te verzwakken in de voorbereiding van D-Day (juni 1944). Op 20 en 21 februari waren de eerste bombardementen uitgevoerd.
Secundaire doelwitten
Als door omstandigheden het primaire doelwit (in dit geval Duitse vliegtuigfabrieken) niet kon worden bereikt, er van te voren aangewezen secundaire doelwitten werden aangevallen. Dit werden ‘targets of opportunity’ genoemd. Het spoorweggebied van Nijmegen was aangemerkt als zo’n secundair doel, omdat de Duitsers het gebruikten voor wapentransporten.
Bron: Wikipedia
Meer informatie bij 'Andere Tijden'
Over de gevolgen van het bombardement op Nijmegen heeft de historische serie ‘Andere Tijden’ een tv-documentaire uitgezonden en een uitgebreide informatiepagina op haar website samengesteld, waarbij ook overlevenden van de bommenregen op Nijmegen aan het woord komen. Klik hiervoor op de foto rechts.