Direct contact? Mail ons: info@oorlogsverhalen.com

Home > Reacties

Reacties en oproepen

Op deze pagina kunt u uw reacties en oproepen plaatsen.
Mail deze naar info@oorlogsverhalen.com


Ruud de Heer:

Ik ben de kleinzoon van Fredrik Jacob Keizer. Mijn grootvader is geboren in 1898, kwam bij de Gouvernements Marine in Nederlands-Indië terecht en kreeg uiteindelijk het gezag over het motorschip de Fazant. De geschiedenis van de FAZANT  is  hier >> te lezen.  Mijn grootvader is gevangen genomen en overleden  op 23 april 1945 in kamp Bangkong op Java .
Ik zag zojuist uw oorlogsverhaal op ONS.TV en daar werd Bangkong benoemd. Ik ben al jaren bezig om mijn grootvader 'terug te vinden' maar zijn graf is onbekend en zoals dat heet...buiten de erevelden begraven.  Jammer dat er nooit aandacht aan de Gouvernements marine in Nederlands Indie  is besteed.  Mijn moeder en grootmoeder hebben in kamp Tjideng 3  jaar gevangen gezeten maar zijn daar levend uitgekomen. 
Het verhaal is mijn frustratie dat ik mijn familie in Indie met name mijn grootvader nooit heb kunnen vinden om hem die eer te geven die hij verdient omdat hij zijn leven voor ons gegeven heeft.  
Misschien zijn er mensen die dit lezen, die meer weten over mijn grootvader en waar hij begraven is. Hij ligt niet op een van de erevelden op Java van de Oorlogsgravenstichting . Dat weet ik inmiddels.
Ruud de Heer
Reacties kunt u sturen naar info@oorlogsverhalen.com


Henk Drost:

Voorafgaand aan de recente uitzending met de indrukwekkende evaring van mevrouw Josine van Aggelen bij de Japanse luchtaanval in het Australische Broome heb ik een introductie artikel over haar gelezen in de VPRO gids, waarin ze verteld dat ze het jammer vindt dat in ons land het drama van Broome nagenoeg onbekend is.
Wellicht is het voor haar fijn om te weten dat in het Nationaal Militair Museum, op de voormalige vliegbasis Soesterberg, bij de daar tentoongestelde originele Dornier wel over Broome gesproken wordt. Dit vindt z'n oorsprong vanuit het voormalig Militaire Luchtvaart Museum (MLM) te Soesterberg, waar veel aandacht besteed werd aan Nederlands-Indië (t/m Nieuw-Guinea 1962), zowel de ML-KNIL, de Marine Vliegdienst als de Koninklijke Luchtmacht ('60-62). Daar werd o.a. aan de hand van de Dornier, B-25 Mitchell, een foto galerij en persoonlijke spullen van militairen uit die tijd de geschiedenis verteld (ook Broome). Ook werd stilgestaan bij de Militaire Willemsorde van Jacob Pieter van Helsdingen en Karel Doorman (beiden MWO 3e kl). Na het samengaan van het MLM en het Legermuseum uit Delft naar het Nationaal Militair Museum (NMM), wordt op meerdere plekken de geschiedenis van Nederlands-Indië getoond.
Henk Drost
voormalig rondleider MLM en NMM

Antwoord: Dank voor uw informatie. We hebben uw email doorgestuurd naar Josine van Aggelen. Het oorlogsverhaal van haar is hier >> te zien


Danny van Strien:

Hierbij mijn gedicht Het Bombardement Rotterdam 1940:

Het Bombardement 
De dag het jaar dat iedere Rotterdammer kent 
De hele stad verwoest 
Omdat het van de Duitsers moest 
Alles is inmiddels achter de rug 
Stad zonder hart 
Maar de vooroorlogse stad komt nooit meer terug 
Het bombardement.


Nico van der Meer:

Het was in de hongerwinter van 1944-’45 dat ook mijn vader en moeder aan eten moesten zien te komen voor ons gezin. Ik was toen een kind van 12 jaar. Er was nauwelijks nog gas, licht en water. Van naar school gaan was geen sprake meer omdat ook onze school in de Daquerrestraat gesloten was. Hout voor de kachel haalden we met een omgebouwde oude kinderwagen in het Scheveningse spergebied voor zover we tenminste bij de doorlaatposten door de Duitse wachtposten werden toegelaten. De Duitsers die ons land bezet hadden, gingen steeds vaker op zoek naar mannen die ze nodig hadden om in Duitsland te werken, de beruchte razzia’s. Vader zat daarom vaak ondergedoken en moeder moest maar zien hoe ze de touwtjes aan elkaar moest knopen. Het werd voor haar op den duur ondoenlijk om ons, opgroeiende kinderen, eten te geven. Kleren waren nog maar nauwelijks te koop. Zij wist niet hoe het verder moest.
Op een decemberdag in 1944 vertelde ze mijn twee jaar oudere broer en mij dat wij ergens in Friesland een tante hadden wonen en dat we daar misschien wel naar toe konden gaan. Het zou daar veel beter zijn dan waar we nu woonden: Den Haag. Het plaatsje heette Pingjum. We hadden er nog nooit van gehoord. Het lag wel 350 kilometer naar het noordoosten. En in Deventer woonde ook verre familie. Misschien konden we daar ook langs gaan. Je wist maar nooit of zij ons onderdak konden geven. We kregen het adres mee en samen met mijn broertje ging ik, een jongetje van 12 jaar, moederziel alleen lopend op weg naar Friesland...
Nico van der Meer (87 jaar)
Antwoord: We hebben een nieuwe themapagina gemaakt: de Hongerwinter. Daarop is ook het hele verhaal van Nico te lezen. Dit is de doorklik: https://oorlogsverhalen.com/themas/hongerwinter/


Arie Kruijswijk:
Mijn naam is Arie Kruijswijk. Ik ben geboren in 1953 dus de 2de wereldoorlog heb ik niet meegemaakt. Vers vanuit hun geheugen echter heb ik wel de verhalen meegekregen van mijn vader Zeegert en zijn broer Henk. Beiden hebben, voor de “Arbeitseinsatz”, in Duitsland moeten werken. Van mijn vader heb ik veel, meest slechte, ervaringen mondeling meegekregen.
Mijn oom Henk echter heeft minutieus aantekeningen gemaakt (met potlood) tijdens zijn verblijf daar. Maar ook van de tijd kort ervoor en erna. Na de oorlog heeft hij van deze aantekeningen 3 boekjes gemaakt, aangevuld met foto’s en tekeningen. Ook handgeschreven en met liefde ingebonden.
Arie Kruijswijk
Antwoord: het verhaal over oom Henk en de dagboeken zijn hier>> te lezen. 


Marja Vervloet- van der Kooij:
Mijn verhaal komt van mijn moeder, en het gaat over mijn grootvader van moederskant. Zijn naam is Douwe Plekker. Hij was politieman in de 2e wereldoorlog. Een hele moeilijke tijd. Met een korps wat deels aan de bezetter wilde gehoorzamen, en een ander deel wat dat niet wilde doen, maar met het dilemma zat dat je wel móest gehoorzamen. Je kon niemand vertrouwen. En het was ook nog eens je broodwinning dus men was heel voorzichtig, misschien wel argwanend. 
Mijn grootvader, die een sterk rechtvaardigheidsgevoel had en een gelovig man was, moest op een gegeven moment een bevel gehoorzamen wat ging over het oppakken van Joodse gezinnen. Hij had daartoe een lijst met namen en adressen gekregen en moest dat in de middag (ik weet niet welke datum dat was) gaan doen. Maar hij kón dat niet over zijn hart verkrijgen en is `s morgens al die adressen in Rotterdam afgegaan om de mensen te waarschuwen dat hij die middag terug zou komen (samen met nog iemand van de politie> zo `n actie moest met 2 dienders gebeuren) maar op deze manier gaf hij de mensen de kans om te ontsnappen.
Die middag kwam hij, samen met een ander, maar er was niemand thuis dan op 1 adres een oude vrouw die niet meer wilde vluchten. Haar hele familie was al weg (weggevoerd of opgepakt) en zij was de enige overgeblevene.
Toen mijn grootvader op het bureau kwam, en alleen deze vrouw bij zich had, was de commandant (een duitser) ziedend van kwaadheid. Hij schold m`n opa de huid vol, maar kon er niet achter komen hoe dat nu precies zat. Mijn opa lieten ze uiteindelijk gaan. Het waren zo `n veertig adressen die mijn opa moest afgaan. Bijna al deze mensen hebben (toen) kunnen weg komen.
Ik zou zo graag willen weten, of er nog nabestaanden zijn, die dit verhaal van hun ouders of grootouders hebben gehoord.
Het is nooit opgeschreven, ook na de oorlog niet. Ik heb daarover al contact gehad met de politie in Rotterdam. Maar, zei deze oud-agent, er gebeurden wel meer dingen in die tijd, waar men later nooit over sprak. En wat dus ook nooit is uitgekomen. Toch blijft mijn nieuwsgierigheid bestaan. Is er nog een nabestaande die dit verhaal herkent? Mijn opa was een vrij lange man met bruine ogen die in oorlogsjaren in Rotterdam gediend heeft.
IK ben heel trots op hem.
Marja Vervloet
Antwoord: Misschien zijn er mensen die dit verhaal kennen. Reacties kunt u sturen naar: info@oorlogsverhalen.com


W. van Steenbergen:
Beste mensen,
In het MAX-magazine las ik een aantal oorlogsverhalen en daar stond bij dat oorlogsverhalen bewaard moeten blijven. Ik heb hen toen gevraagd of ik ook mijn verhaal over mijn oorlogservaringen  op kon sturen maar zij heb mij naar u door ver wezen. Mijn vraag aan u is dan ook of ik mijn oorlogsverhaal hoe ik als kind van 5-10 jaar aan u door zou moeten sturen. Ik woonde toen en nog in Bennekom in het zgn. spergebied na de Airborne landing bij Arnhem? Ik wacht graag uw bericht af.
Met vriendelijke groeten,
W. van Steenbergen 
Antwoord: u kunt uw oorlogvsrhaal plaatsen op https://oorlogsverhalen.com/contact/


Joke van Roon:

Goedemiddag,
Ik las het stukje in het Max Magezine over oorlogsverhalen. Ik heb een schrift van mijn vader van toen hij weg werd vervoerd naar Duitsland. Ik heb het geprobeerd te lezen en (het)schrijven. Het is voor mij bijna onleesbaar. Heeft u wat tips voor mij hoe ik dit kan doen?
Met vriendelijke groet,
Joke van Roon
​​​​​​Antwoord: tips graag naar vanroon.cj@gmail.com


Aad van Vondelen:

In de hongerwinter vertrek ik als 7 jarige jongetje vanuit Delft met nog 64 andere kinderen per schip naar Friesland het enige transport per schip. 7 Dagen zaten we in het donkeren ruim. De reis ging verre van soepel menig kind word ziek. Eenmaal aangekomen in Friesland heb ik het ervaren als een slavenmarkt. Wij werden van boord gehaald en door de bevolking bekeken en betast. Als eerste werden de grootste jongens uit gezocht daarna de meisjes. Jongens konden werken op het land en de meisjes in de huishouding. Daar ik de kleinste en de jongste was werd ik met nog een paar andere naar een dorp gebracht. Daar werd ik meegenomen door een veldwachter, die ik nog altijd dankbaar ben. Ik ben nu 80 jaar en ben er nog dikwijls mee bezig . 
Aad van Vondelen 
Het hele oorlogsverhaal van Aad over de hongerwinter is hier >> te lezen


Frans van der Vleuten:

Hallo redactie, 
In bijgevoegd’* vindt u een treinkaartje van mijn vader (Frans van der Vleuten geboren te Tilburg 1919- 2010) vanuit Duitsland naar Nederland. Mijn vader heeft in Kassel (D) gewerkt voor de Juncker vliegtuigfabrieken. Zeer waarschijnlijk heeft hij daar krukassen moeten stralen. Kort na de oorlog heeft mijn vader een long operatie moeten ondergaan waarschijnlijk vanwege stof inademen tijdens het stralen. Zeker is dat hij (vrijwillig??) in Kassel (D) heeft gewerkt, van de rest ben ik niet helemaal zeker, omdat mijn vader eigenlijk zeer weinig over zijn tijd in Duitsland heeft verteld. Hij heeft het daar niet goed gehad, heeft lange dagen moeten maken, dat is wat hij weleens vertelde, maar meer dan ook niet. Ook niet waarom hij toch z’n 11 dagen naar Nederland terug mocht gaan op verlof. Het lijkt of er een ‘strookje’ aan de onderkant van het kaartje is afgescheurd?
Ik heb dit kaartje al vanaf mijn kindertijd (zo rond 1965) in mijn bezit. Het lijkt mij een bijzonder kaartje, heb zoiets nog nooit eerder gezien. Het is nu 75 jaar geleden dat mijn vader dit kaartje ‘nodig’ had!
Met groet,
Frans van der Vleuten


Albert Klok:

Geachte redactie,
Vandaag kreeg ik de recente uitgave van het blad van Omroep Max onder ogen en zag dat u op zoek bent naar oorlogsverhalen. Veelal gaan oorlogsverhalen gepaard met ellende en wreedheid. Ik woonde in de provincie Groningen en ben de oorlogstijd,ook emotioneel, goed doorgekomen. Enerzijds kwam dat door de houding van mijn ouders die mij steeds voldoende bescherming boden, althans gevoelsmatig, en anderzijds hadden we in het hoge noorden voldoende te eten uit eigen tuin. In dit stuk vermeld ik ook dat we een evacué hadden met de naam Karel Loos.  Hij woonde in Amsterdam aan de Marnixstraat 120 en is na de oorlog  verhuisd naar de Ortelliusstraat. Met hem zou ik dolgraag weer eens contact krijgen maar ik heb hem niet weten te vinden. Misschien ziet u mogelijkheden.  Karel zal nu ook ongeveer 81 of 82 jaar oud zijn. Uw reactie zie ik belangstellend tegemoet.
Albert Klok
Antwoord: reacties naar info@oorlogsverhalen.com


Lily Köhler:

Geachte redactie,
Met heel veel aandacht heb ik in “Magazine Max” uw verhalen gelezen. Ik ben geboren in Hillegersberg en heb het bombardement van Rotterdam meegemaakt. Daarover heb ik een boek geschreven. Het heet:  “De Stoel”  Een Hillegersbergse familie in oorlogstijd. Uitgegeven door Aleman Reclame, Rotterdam. ISBN 978-90-816392-1-7. Mijn pseudoniem is Lily Köhler.
Met vriendelijke groeten
Lily Köhler


Paul Beek:

Beste mensen van Stichting Oorlogsverhalen,
Vanwege een op handen zijnde herdenking in 2020 heb ik eerder een onderzoek gedaan naar het verhaal rond mijn nichtje Edith Roseij Beek,die uit een onderduik werd verraden en via Westerbork in Auschwitz werd vermoord in 1943, ze was toen 9 jaar. Bijgaand mijn verhaal,waarop ik graag uw commentaar en mening hoor of en wat er te publiceren is als oorlogsverhaal.Ook in bijlage twee foto's van haar, een die te zien is in museum in Gouda,waar ze woonde en haar vader huisarts was. Het verhaal is door mij geverifieerd in het Nationaal Archief. Alvast dank voor uw aandacht en reactie,
Met vriendelijke groet,
Paul Beek
Antwoord: wij hebben uw verhaal hier >> op onze website geplaatst. Dank dat u het verhaal over Edith Roseij Beek met ons wilt delen.


Joost Erkelens:
Goedendag.
Ik weet niet of je oorlogsverhalen zomaar kunt melden, maar mijn opa Willem Erkelens heeft in het verzet gezeten.
Hij was als politieagent gestationeerd in Werkendam en heeft boven het gemeentehuis gewoond met zijn gezin en heeft via een rubberen slang de NSB-burgemeester aldaar afgeluisterd. Dit behoorde tot het Biesbosch verzet crosslines te Werkendam. Hij opereerde alleen, maar speelde informatie door. Ik zie zijn verhaal nergens staan, dus ik hoop het op deze manier te mogen melden
Met vriendelijke groet,
Joost Erkelens
Antwoord:  Wij houden ons aanbevolen voor meer informatie over en foto's van Willem Erkelens.