Direct contact? Mail ons: info@oorlogsverhalen.com

Home > Oorlogsverhalen op naam > Paul Beek

Paul Beek

Het oorlogsverhaal van Paul Beek over zijn nichtje Edith Roseij Beek, die ondergedoken zat bij een dominee en werd verraden. Via Kamp Westerbork is ze naar Auschwitz afgevoerd. Daar werd ze in 1943 in de gaskamers vermoord. Ze is slechts 9 jaar geworden.

"Edith is pas 9 jaar en zit alleen in Westerbork, waar ze op 29 Juni 1943 wordt geregistreerd. Onbekend is wanneer ze aankwam en met welk transport. Ze wordt ook nog ziek, en ondanks een afgekondigde quarantaine wordt ze op de trein gezet, de bekende dinsdag trein, in dit geval op 16 November 1943. Alleen gaat ze naar een voor haar onbekende bestemming", aldus Paul Beek. 

Oorlogsverhaal Edith Roseij Beek

Paul Beek is van na de oorlog. Hij heeft de achtergronden van het oorlogsverhaal en de dood van zijn nichtje Edith onderzocht en nauwkeurig in kaart gebracht. Hij schreef er een artikel over: 'HET TRIESTE VERHAAL VAN EEN JOODS MEISJE IN GOUDA'. 
Daarin beschrijft hij hoe Edith, haar broer en haar ouders omdat ze joden zijn, moeten onderduiken om aan de nazi's te ontkomen. Maar de onderduikmogelijkheden zijn beperkt. Ze worden noodgedwongen van elkaar gescheiden en komen op verschillende onderduikadressen terecht.
Edith wordt ondergebracht in de pastorie van een dominee in Zwammerdam. Daar valt ze niet op en kan gewoon met de kinderen uit de buurt spelen.

Verraad
Dan wordt de onderduik verraden. Edith en de dominee worden opgepakt door de Duitsers. De dominee wordt na korte tijd vrijgelaten. Maar Edith wordt afgevoerd naar Kamp Westerbork. Op 16 november 1943 wordt Edith per trein op transport gesteld naar het vernietigingskam Auschwitz. Daar sterft zij, moederziel alleen gescheiden van haar ouders en broer in een van de gaskamers. Ze is maar 9 jaar geworden.
Het volledige artikel van Paul Beek over het leven en de dood van zijn nichtje Edith is hier >> te lezen


Oorlogsverhaal Leon Beek

Paul Beek schreef nog een oorlogsverhaal over een familielid van hem: Leon Beek

Leon Beek, geboren in Amsterdam in 1893 was een Joods officier in beide wereldoorlogen al was hij natuurlijk alleen actief in de Tweede Wereldoorlog (Grebbelinie). Hij brengt het tot reserve-majoor en sluit zich aan bij een militaire verzetsbeweging.
Zijn werkzame leven bracht hij van 1926 tot 1941 door in de Amsterdamse Bijenkorf als personeelschef totdat hij vanwege zijn geloof werd ontslagen. Hij is op dat moment gemengd gehuwd, dat wil zeggen met een niet Joodse vrouw, de schrijfster Cissy van Marxveldt (Setske de Haan). Ze hebben 2 zonen, Leo en Ynze.

Weggevoerd
Als vele Joden uit Amsterdam worden weggevoerd op dinsdag 26 Januari 1943 wordt Leon verraden en opgepakt in de Amsterdam Jacob Obrechtstraat. Dan begint een lange weg langs verschillende gevangenissen zoals het beruchte Oranjehotel in Scheveningen en de gevangenis aan de Weteringschans in Amsterdam.

Westerbork
Hij komt uiteindelijk met 4 medegevangenen terecht in strafbarak 67 in doorgangskamp Westerbork op de Drentse heide. Hij zat daar tegelijkertijd met de familie van Anne Frank. Vanuit het kamp wordt rond 4 Augustus 1944 een samenzwering op touw gezet met een marechaussee officier die Leon tot kampcommandant wil maken zodra de Geallieerden in de buurt zijn. Dit lekt uit en de marechaussee wordt door de Duitse Sicherheitsdienst gearresteerd. Leon wordt eerst opgesloten in het Huis van Bewaring te Assen mede vanwege een mislukte ontsnappingspoging uit de strafbarak toen hij en zijn medegevangenen met een zaag de luchtkoker wilden doorzagen. Hij wordt uiteindelijk bij de beruchte Aussendienststelle van Willy Lages ondervraagd.

Executie
Zijn leven eindigt samen met zijn medegevangenen op 15 augustus 1944 door executie in de duinen van Overveen Hun lichamen worden in Juli 1945 gevonden.
Leon en 3 anderen krijgen hierna een graf op de Eerebegraafplaats Bloemendaal. Hier bevinden zich ook de graven van de verzetsstrijders Gerrit van der Veen en Hannie Schaft, het meisje met het rode haar.

 

Terug naar het overzicht