Direct contact? Mail ons: info@oorlogsverhalen.com

Home > Namen > Rob Goldsteen

Rob Goldsteen

Het oorlogsverhaal van Rob Goldsteen over zijn onderduiktijd in Amsterdam, deportaties naar
Westerbork en Theresienstadt en een reddende engel binnen de familie.

Rob Goldsteen (foto rechts) werd geboren op 3 november 1937 in Amsterdam in de Eendrachtstraat 30hs in de Rivierenbuurt als Robert Max Goldsteen. Zoon van Paul Goldsteen (1905-1987) en Hetty Knap (1910-1966). In 1939 verhuisde hij met zijn ouders naar de Leidsevaartweg 123 in Heemstede waar hij tot zijn 5e levensjaar heeft gewoond.

Onderduik

Op 5 februari 1943 vertrok het gezin Goldsteen richting Amsterdam naar de grootouders van moeders kant, Salomon Levi Knap (1881-1945) en Mathilda de Groot (1888-1970).
Ze woonden op de Minervalaan 84, parterre. Een groot appartement met twee slaapkamers en op de bovenste verdieping een kofferkamer. Rob vertelt: "Mijn grootmoeder had moeite met onze komst. Gelukkig kwam vrij snel mijn grootvader thuis, die mijn grootmoeder overtuigde om ons wél onderdak te verlenen. We kregen een dak boven ons hoofd, te weten de kofferkamer. Er waren maar twee slaapkamers in dit appartement, waarvan één was verhuurd aan een jonge vrouw. Mijn ouders waren al blij met de kofferkamer die ook nog eens het voordeel had, dat je bij razzia’s kon vluchten over het platte dak".

Razzia Amsterdam en afgevoerd naar Westerbork
Rob vervolgt: "Op 20 juni 1943 werden we met een razzia opgepakt. Vermoedelijk waren we verraden door een Duitse familie die op de Minervalaan woonde. We werden verzameld op het Olympiaplein, daarna met de tram gebracht naar het Muiderpoortstation, en daarna naar Westerbork afgevoerd. Daar werden we in barakken ondergebracht. Ik mocht bij mijn moeder blijven. Mijn vader kwam in de mannen barak terecht. We sliepen op stro matrassen in stapelbedden".

Theresiënstadt

"Ergens begin april 1944 kreeg mijn vader te horen van de SS kampcommandant Gemmeker dat wij ook op transport gesteld zouden worden. Mijn vader mocht kiezen tussen Auschwitz en Theresienstadt. Mijn vader die natuurlijk geen flauw idee had, vroeg aan Gemmeker wat hij het beste kon kiezen. Hij zei ik zou kiezen voor Theresienstadt. En dat heeft mijn vader ook gedaan. Misschien is dit wel de enige goede daad die Gemmeker heeft gedaan", aldus Rob Goldsteen.
"De reis naar Theresienstadt ging per goederen trein in volgepakte wagons. We waren vee (misschien wel minder) voor de nazi’s. Ik weet dat het een lange reis was. Mede doordat de geallieerden Duitsland aan het bombarderen waren, en de trein regelmatig stopte. Het treinpersoneel verliet dan de trein en dook ergens onder om veilig te zijn. Wij bleven in de trein achter. Maar we bereikten Theresienstadt, een concentratiekamp dat bestond uit kazernes".

Auschwitz

"Enige tijd later werden we met het hele gezin op transport gesteld naar Auschwitz.
De nacht voor het vertrek moesten we ons verzamelen op een van de zolders van een kazerne. Daar moesten we slapen. Ik herinner mij dat er, vroeg in de morgen van ons vertrek, iemand naar mijn ouders kwam die hen vertelde dat ze uit het transport waren gehaald, en ze weer terug naar hun kamer mochten".

Zwitserland
Ondertussen was het 1945 geworden. Ik weet nog dat het vreselijk koud was en dat mijn ouders blij waren met mijn gejat van kooltjes, waarmee we de kachel een beetje konden stoken.
In januari hoorden mijn ouders dat er een mogelijkheid was om naar Zwitserland uitgeleverd te worden. Nu hadden de Duitsers meer van die beloftes gedaan. En mensen die dachten naar een veilige plek te gaan, gingen naar kampen als Sobibor en Auschwitz, in plaats van naar de beloofde plekken.  Mijn moeder geloofde het dit keer. We zijn op een avond in een lange rij mensen gaan staan die zich op wilden geven voor dit transport.  Aan een tafeltje zaten twee nazi’s. Je kreeg een stempel “ja” of “nee”. Mijn ouders kregen het stempel “ja”. En op 4 februari 1945 vertrok de trein. Ook deze moest meerdere keren stoppen voor luchtaanvallen. Overigens was dit een normale personen trein. Wel streng bewaakt door Duitsers, zodat ontsnappen niet echt mogelijk was. Maar gelukkig kwamen we de volgende dag in Basel aan".

Rode Kruis

"Het Rode Kruis verwelkomde ons. Er zijn foto’s gemaakt. Mijn ouders bewaarden deze. Op een foto sta ik en was ik graat mager. Een foto is een maand later gemaakt. Daar kon je zien dat ik wel wat was aangekomen.We werden ondergebracht in Adliswil. Wat ik mij herinner was dat het ook barakken waren. En ook een afgesloten kamp. Hier zouden we een paar dagen blijven.
Helaas brak er roodvonk uit, en werd het kamp geheel geïsoleerd. We hebben daar ca 6 weken gezeten.Natuurlijk waren de leefomstandigheden beter. Je hoefde niet meer bang te zijn. Je kreeg goed eten. Maar het waren toch barakken, waar we wederom met velen in één zaal zaten, en sliepen", aldus Rob Goldsteen (foto rechts) 75 jaar later.

Het hele verhaal

Het volledige en bijzondere verhaal van Rob Goldsteen is te lezen door op onderstaande button te klikken.

 

Terug naar het overzicht