Direct contact? Mail ons: info@oorlogsverhalen.com

Home > In de media > Ouders moesten kinderen op de Molukken achterlaten

Ouders moesten kinderen op de Molukken achterlaten

Ouders moesten kinderen op de Molukken achterlaten

Saartje Letsoin wil heel graag weten waarom haar broer en twee zussen in 1951 niet mee mochten van de Molukken naar Nederland. „Als ik er niet meer ben, moeten mijn kinderen weten hoe het is gegaan", aldus een reportage in De Telegraaf.

Dat Saartje meer broers en zussen had dan de twee waarmee ze in opvangkampen opgroeide, was iets dat ze stukje bij beetje ontdekte. Thuis kwam het nooit ter sprake. Het was een onderwerp waarover haar dominante vader het niet wilde hebben. In het huishouden was de wil van de veteraan uit het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL) wet. Met duizenden collega’s kwam hij begin jaren vijftig naar ons land op dienstbevel van de Nederlandse regering. Die achtte het onwenselijk dat de Indonesische KNIL-soldaten in de voormalige kolonie zouden blijven.
Pas wanneer op bijzondere dagen, zoals bij huwelijken, doopplechtigheden en begrafenissen, de volwassenen een slokje op hadden en de tongen los kwamen, kreeg Letsoin verhalen te horen van haar moeder. „Ze zei dat ik nog een broer en twee zussen had op de Kei-eilanden, waar mijn familie vandaan komt”, vertelt de Molukse.

Emotioneel

„Ze waren bij mijn opa en oma gebleven toen mijn vader dienst nam. Ze zeiden dat het als een soort van herinnering aan mijn ouders was. Op haar 25e had mijn moeder al vier kinderen. Ze werd altijd heel emotioneel als ze over het afscheid vertelde. Toen in 1951 hun schip naar Nederland vertrok, stonden mijn broer en zussen op de kade te zwaaien. Kun je je voorstellen hoe moeilijk dat is geweest? Ik heb al moeite om mijn kinderen uit te zwaaien als ik op vakantie ga.”
Het zou bijna een kwarteeuw duren voor de oudste kinderen Letsoin hun ouders weer zouden zien. En nog eens dik tien jaar voor alle broers en zussen elkaar in de armen konden vallen. Saartje herinnert zich het moment nog goed. Ze zag haar oudste zus en voelde meteen de band. De twee konden elkaar bijna niet meer loslaten.
Pas heel recent hoorde Saartje Letsoin dat de jaren aan verloren familieband wellicht niet nodig waren geweest. De Molukse activist Leo Reawaruw benaderde haar en vertelde dat het gezin wellicht een van de families was die op last van de Nederlandse overheid maar een deel van hun kinderen mochten meenemen.

Dienstbevel

Erger kwam volgens de voorman van actiegroep Maluku 4 Maluku ook voor. „Sommige gezinnen mochten helemaal geen kinderen meenemen. Waar, door wie en hoe de order werd gegeven, weet ik nog niet. Maar feit is dat gezinnen kinderen moesten achterlaten”, vertelt hij.
Reawaruw noemt als triest tweede voorbeeld het verhaal van een wanhopige familie die hun dochter meesmokkelde in een plunjebaal. De verstekeling werd op zee ontdekt, wat volgens de bekende figuur in de Molukse gemeenschap voor enorme consternatie zorgde. „De verhalen gaan al sinds de jaren zeventig. Door de schaamte in onze gemeenschap bleef de deksel op de doofpot. Die moet eraf. Het is tijd dat de waarheid boven tafel komt. Wanneer duidelijk wordt dat de overheid verantwoordelijk is, zullen we een claim neerleggen. Dit is een schending van mensenrechten"

De in de Molukse migratie gespecialiseerde antropoloog Fridus Steijlen bevestigt dat er gezinnen zijn verscheurd. Hij kent meerdere casussen. In het boek In Nederland gebleven stellen Steijlen en zijn co-auteur Henk Smeets vast dat op elk schip dat Molukse militairen naar ons land bracht onvolledige gezinnen zaten. „Lang is aangenomen dat het om slechts enkele achterblijvers ging. Dat is niet waar”, aldus de auteurs. Volgens de hoogleraar lag er voor zover bekend alleen geen beleid of order ten grondslag aan het weigeren van kinderen aan boord.

Sinds Saartje Letsoin weet dat haar familie wellicht opzettelijk is verscheurd, slaapt ze slecht. Het is een schrale troost dat ze als lid van de Molukse delegatie morgenavond een krans bij het Nationaal Monument op de Dam mag leggen. Voor de vergeten kinderen. Maar het stopt het malen in haar hoofd niet. „Waarom? En waarom hebben mijn ouders me dit niet verteld?”, vraagt ze zich hardop af. Letsoin schiet vol. „Als ik het mijn moeder vroeg, zei ze alleen maar: ’Als ik daarover praat, word ik ziek.’ Ik moet dit weten. Als ik er niet meer ben, moeten mijn kinderen weten hoe het is gegaan.”

Artikel overgenomen uit De Telegraaf van 2 mei 2018 >>
Reportage: Olof van Joolen
Foto: Reinier van Willigen


Oproep

Stichting Oorlogsverhalen roept iedereen op die soortgelijke ervaringen heeft als Saartje Letsoin zich bij ons te melden. Reacties kunt u richten aan info@oorlogsverhalen.com. Bellen kan ook: 035- 70 73 288