Direct contact? Mail ons: info@oorlogsverhalen.com

Home > Namen > Rob Bartstra

Rob Bartstra

Het oorlogsverhaal van Rob Bartstra uit Groningen. Het is verteld door zijn weduwe Janny Bartstra-Oomkes. Rob is op Java in Nederlands-Indië geboren. Het oorlogsverhaal is opgetekend door beeldend kunstenaar Egbert Pikkemaat voor zijn expositie-project 'Oorlogsverhalen van Indische en Molukse Groningers'.

Vader en moeder Bartstra vertrekken in 1927 als jurist en onderwijzeres naar Nederlands-Indië.
Rob (foto rechts) wordt op 16 oktober 1935 geboren in Soerabaja.
Vanaf zijn 8e jaar woont Rob in een houten huis zonder ramen in Bandjermasin aan de zuidkust van het eiland Borneo. Water halen ze uit een grote watertank bij het huis. Het leven is goed: vader speelt piano, de ‘kokkie’ maakt het eten klaar, ze hebben een pratende vogel, een beo, die ‘tabeh toean' ( 'gegroet heer') roept tegen vader. En er zijn apen, die regelmatig door de open ramen het huis binnenkomen.

Oorlogsdreiging

Vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Zuid-oost Azië ziet Rob zijn Japanse overburen vertrekken, en wordt de school gevorderd door het KNIL. Aanvankelijk doet men de oorlogsdreiging af met ‘Tjap Japan’ (Japanse sukkels). Als vader Bartstra onder de wapenen wordt geroepen bij het KNIL, en een uniform, een karabijn, pistool, en klewang krijgt, zegt hij: “Het schieten met deze wapens wordt niks”.Toch zal ook hij worden ingezet bij de verdediging van Borneo als de Japanners landen op het eiland. Rob’s moeder en de kinderen blijven alleen achter in het huis (foto rechts: Rob in Indië als klein jongetje tussen zijn speelgoed.)

Borneo belangrijk doelwit

Borneo was een aantrekkelijk doelwit voor Japan en bood veel mogelijkheden voor de winning van aardolie. Aardolie was voor Japan cruciaal om de oorlog op de lange termijn te kunnen volhouden. Bovendien was de inname van Borneo nodig voor de controle van belangrijke zeeroutes naar eilanden als Java, Sumatra en Celebes. De verdediging van Borneo met de kleine en slecht uitgeruste KNIL-eenheden was zwak en ook de geallieerde Engelse troepen op Noord-Borneo konden weinig weerstand bieden.
Een grote niet te stuiten Japanse troepenmacht met moderne wapens, heeft eind januari 1942 heel Borneo veroverd. De geallieerde troepen en de KNIL-manschappen worden door de Japanners krijgsgevangen gemaakt en geïnterneerd in primitieve werkkampen. Ook de vader van Rob Bartstra wordt afgevoerd naar een Jappenkamp. Rob’s moeder en de kinderen hebben hier geen weet van.

Achtergrond: de Japanse bezetting van Nederlands-Indië

  • Op 8 december 1941, na de Japanse aanval op het Amerikaanse Pearl Harbour, verklaart ook Nederland de oorlog aan Japan.
  • In januari 1942 wordt het American-British-Dutch-Australian Command geformeerd om de geallieerde krachten in Zuidoost-Azië te coördineren. Deze strijdmacht staat onder commando van generaal Archibald Wavell.
  • In de nacht van 10 op 11 januari 1942 vallen de Japanners Menado op Celebes aan. Omstreeks dezelfde tijd bedreigen zij ook het eiland Tarakan op noordoost Borneo (tegenwoordig Kalimantan geheten), een belangrijk centrum voor de productie en distributie van olie.
  • Op 27 februari wordt de geallieerde vloot verslagen tijdens de Slag in de Javazee.
  • Van 28 februari tot 1 maart 1942 landen de Japanse troepen vrijwel ongestoord op vier plaatsen langs de noordkust van Java.
  • Op 8 maart geven de geallieerde troepen -voornamelijk KNIL-soldaten- in Nederlands-Indië zich over aan Japan. Ze worden als krijgsgevangenen naar Jappenkampen gezonden en Indonesische vrijheidsstrijders worden vrijgelaten.
  • De meeste Europese burgers (voornamelijk vrouwen, kinderen en ouderen) worden opgesloten in Japanse interneringskampen en Indonesische en Japanse burgers worden op strategische posten geplaatst.
  • Het nieuws van de bevrijding van het Nederlandse gouvernement wordt in eerste instantie door de Indonesiërs met groot enthousiasme ontvangen. Zij begroeten het Japanse leger met vlaggen en leuzen als ‘Japan is onze oudere broer’ en ‘Banzai Dai Nippon!’ Toen de Japanners verder optrokken in de Indië  hebben Indonesische rebellen in vrijwel elk deel van de archipel kleine groepen Europeanen vermoord, vooral Nederlanders, en verraadden grotere groepen aan de Japanners. In Atjeh (Noord Sumatra) ontstond zelfs al voor de komst van de Japanners een opstand tegen het Nederlandse gouvernement (-red. Stichting Oorlogsverhalen-Bron: Wikipedia).

Moeder en kinderen ontkomen naar Java

Wanneer de Japanse krijgsmacht op Borneo landt, kan moeder Bartstra met de kinderen nog net per schip naar Java, dat nog niet was binnengevallen door de Japanners, wegkomen. Ze komen aan in Soerabaja en vluchten verder in de richting van Batavia. Moeder Bartstra komt met de kinderen eerst in Bandoeng terecht, waar ze worden opgesloten in het Japanse burger-interneringskamp Kareës . Later worden ze overgebracht naar het Tjidengkamp in Batavia.

Achtergond: Kamp Tjideng

Kamp Tjideng (foto rechts) was een Japans interneringskamp voor vrouwen en kinderen tijdens de Tweede Wereldoorlog, in de wijk Tjideng van het toenmalige Batavia. De wijk was afgesloten met een omheining en een poort en vormde zo een kamp van bestaande huisjes, die door de Japanners gevorderd waren. In elk huis werden grote aantallen vrouwen en kinderen ondergebracht, waardoor er per persoon weinig ruimte en privacy was. Het Tjideng-kamp telde uiuteindelijk 10.500 gevangenen (-red. Stichting Oorlogsverhalen).

Rob's moeder krijgt slaag in het kamp

In de tweede helft van 1943 komt het Tjidengkamp onder rechtstreeks bevel van de Japanse politie - de ‘Kempetai’ - te staan. Het kamp wordt nog meer van de buitenwereld afgesloten met extra omheiningen van ‘gedek’ (bamboe schuttingen) en prikkeldraad. De hygiënische omstandigheden in het overvolle kamp laten zeer te wensen over. Voedsel en medicijnen zijn er nauwelijks. Velen lijden aan tropisch ziekten en ondervoeding. En er heerst terreur door de Kempetai, met willekeur, martelingen en executies. Europees onderwijs wordt verboden.
Rob ziet hoe zijn moeder in het kamp regelmatig slaag krijgt bij het dagelijks terugkerende appèl. Robs moeder is als ‘huisoudste’ verantwoordelijk voor de gang van zaken in het propvolle huis, waarin een groot aantal families is ondergebracht. Als daar volgens de Japanners iets niet volgens de regels was, werd Rob’s moeder als ‘huisoudste’ ervoor gestraft.
De vijandigheid, de onhygiënische omstandigheden en het voedselgebrek is een slechte omgeving voor een kind om in op te groeien. Toch weten moeder Bartstra en haar kinderen de kamptijd te overleven.
Rob’s vader overleeft de oorlog niet. Hij had suikerziekte. Maar doordat hij in het kamp geen medicijnen kreeg tegen de ziekte, is hij overleden.

Uitroepen Republiek Indonesia

Na de Japanse capitulatie op 15 augustus 1945 wordt  twee dagen later de Republiek Indonesië uitgeroepen door Soekarno en Mohammed Hatta . Er was echter nog vele maanden, tot in 1946 een gezagsvacuüm in toen nog Nederlands-Indië. De Indonesische leiders hadden geen enkel gezag over de jonge nationalistische achterban. Geallieerde troepen waren nog nauwelijks aanwezig.

Achtergrond: de bersiap

Meer dan anderhalf miljoen Indonesische jongeren hunkerden na de onafhankelijkheidverklaring op 17 augustus 1945 naar actie. Groepjes jongere Indonesische onafhankelijkheidsstrijders grepen hun kans om de onafhankelijkheid van Indonesië met geweld door te voeren. Ze kwamen voort uit de Indonesische jeugdbewegingen en militaire en paramilitaire groepen die in de oorlog onder Japanse invloed waren ontstaan. Ze vonden, dat de oudere verzetsstrijders en nationalistische voormannen veel te gematigd en te traag opereerden en kozen in de loop van september en oktober ’45 steeds meer voor het geweld om de Nederlanders te verdrijven.
Voor zover ze geen vuurwapens hadden, rustten ze zich uit met bamboe speren (bamboe roentjing) en kapmessen. Onder de strijdkreet “bersiap!” (weest paraat!) richtten ze zich op Europeanen, maar ook op de Indische Nederlanders (Indo’s), die ze beschouwden als collaborateurs. Hun vaak bloedige acties, die gepaard gingen met marteling, verkrachting en plundering waren soms nauwelijks te onderscheiden van die van gewone roversbenden (rampokkers), die het land ook onveilig maakten. Warhoofdige agitatoren, ultra-reactionaire islamisten en communistische stokers zweepten de opstandelingen op tot gruwelijke gewelddaden tegen Nederlanders, tegen rijke of vermeend rijke Chinezen, inheemse gezagsdragers en tegen alles, wat redelijk en gematigd was. (
tekst: Rob Cassuto, overlevende van de bersiap)

Naar Nederland

Moeder Bartstra weet tijdens de bersiap met haar kinderen een plek te bemachtigen op de ‘De Nieuw-Amsterdam’, die als een van de eerste schepen van Java naar Nederland vertrekt. Op de boot breekt echter een mazelenepidemie uit. Ook Rob wordt ernstig ziek. De meest kinderen zijn verzwakt in de kampen en dit wordt in combinatie met mazelen enkele kinderen direct al fataal.
Na aankomst in Southampton worden de ernstig zieke kinderen overgeladen op een quarantaineboot, de Atlantis. Zo wordt de doodzieke Rob van zijn moeder -die apart per schip naar Nederland wordt vervoerd- gescheiden. Na aankomst in december 1945 op de Amsterdamse Fruitkade worden de mazelenpatiënten in de winterse kou neergelegd in afwachting van vervoer naar een ziekenhuis. Rob komt terecht in het Wilhelminaziekenhuis in Amsterdam. Zijn ouders zijn vooralsnog niet traceerbaar. Rob blijkt niet alleen mazelen, maar ook een hersenvliesontsteking te hebben. De artsen hebben weinig hoop dat hij het haalt, maar Rob geneest!  Het kost hem een jaar om er volledig bovenop te komen (foto rechts: paneel expositie 'Oorlogsverhalen van Indische en Molukse Groningers' in het Floreshuis)

 

Rob trouwt op z’n 22e

Op zijn 22e trouwt Rob in 1957 met Janny Oomkes (foto rechts).
Ze krijgen twee kinderen. Rob vindt een baan bij de PTT. Aanvankelijk leiden ze een redelijk normaal leven. Maar op latere leeftijd gaat het niet goed meer op Rob’s werk. En ook in zijn huwelijk en in het gezin functioneert hij minder goed. Zijn vrouw Janny krijgt daarvan steeds meer signalen. Rob heeft grote moeite aandacht te schenken aan anderen en ook moeite om zelf aandacht te ontvangen. Wanneer hij te veel prikkels krijgt -bijvoorbeeld in grotere gezelschappen- lukt het Rob steeds minder om zijn emoties onder controle te houden. Dat gebeurt ook in zijn relatie met Janny, en dat is soms best lastig: voor haar en ook voor hem.

Oorlogstrauma

Eind jaren tachtig van de vorige eeuw komt Rob thuis te zitten met een burn-out.
Janny stimuleert hem om hulp te zoeken bij de traumapsycholoog Jeffrey Weinberg.
In de therapie wordt voor Rob duidelijk, dat hij tijdens de oorlog als ‘kampkind’ een trauma heeft opgelopen, dat zich na heel veel jaren heeft gemanifesteerd. Door dit te beseffen en ervoor in therapie te zijn gegaan, kan Rob beginnen aan een verwerkingsproces. 

Stijldansen

Rob en Janny hadden een gezamenlijke passie: stijldansen. En ook dat heeft bijgedragen aan het bestendigen van hun huwelijk. Want als je danst, dan besteed je altijd aandacht aan je danspartner. Dan is er optimaal contact. Daaraan hebben Rob en Janny veel steun gehad.

Rob is overleden in Groningen op 26 februari 2022. Hij is 86 jaar geworden. Janny en Rob zijn 65 jaar getrouwd geweest.

 

 

Terug naar het overzicht