Direct contact? Mail ons: info@oorlogsverhalen.com

Home > Namen > Wim Hendriksz

Wim Hendriksz

Het oorlogsverhaal van Wim Hendriksz (foto) uit Groningen. Hij is in Djatinegara (Batavia) op Java, de toenmalige hoofdstad van Nederlands-Indië, geboren. Zijn oorlogsverhaal is visueel gemaakt op panelen door beeldend kunstenaar Egbert Pikkemaat voor zijn expositie-project 'Oorlogsverhalen van Indische en Molukse Groningers'.

Vader was vermogend

Win Hendriksz is geboren op 25 juni 1932.
Wim' s vader was een vermogend man. Hij had huizen in Batavia, en op het eiland Billiton
(Billiton -thans Belitung- is een eiland in het westen van Indonesië, gelegen in de Straat Karimata tussen Sumatra en Borneo). Wim’s vader werkte voor de tin-mijnen van de Billiton Maatschappij. Hij was verantwoordelijk voor het aantrekken van Chinese contractarbeiders voor de tin-maatschappij.
In de chique buitenwijk Meester Cornelis te Batavia had Wim's vader een mooi huis. Daar kreeg hij een relatie met Djoemina - een ‘nyai’ - die de moeder van Wim zou worden. Ze kreeg in totaal drie kinderen van hem. Hij erkende de kinderen, maar trouwen wilde hij niet, waardoor Wim's moeder als ‘nyai’ geen zeggenschap kreeg over haar eigen kinderen.


Toelichting 'Nyai'   
In de koloniale tijd in Nederlands-Indië is een ‘nyai’ een inheemse vrouw, meestal een huishoudster, van een Nederlandse man, die haar als bijvrouw of concubine in huis neemt en zijn levensgezellin wordt. Vaak worden uit deze relatie ook kinderen geboren.


Moeder weer zwanger

Toen Djoemina weer zwanger werd, is besloten dat ze het kindje moest laten weghalen. Dat zou in het geheim gebeuren door een Chinese arts, die dit vaker deed.
Het enige dat Wim zich als vierjarige jongen herinnert, is dat op een dag zijn moeder naar de dokter ging. (Foto rechts: huizen in de voormalige wijk Meester Cornelis in Batavia waar Wim en zijn vader en moeder woonden).

Moeder overlijdt

Toen ze van huis vertrok was er niets aan de hand, maar toen ze na een tijdje terugkwam, zag Wim dat haar sarong nat was. Dat verbaasde Wim, want toen ze wegging was haar sarong kurkdroog, en het had die dag niet geregend... Wim had als vierjarige geen idee wat er met zijn moeder aan de hand was. Laat staan dat hij wist wat een abortus was. Maar zijn moeder werd zieker en zieker, en na twee dagen overleed ze. Tot groot verdriet van iedereen en in het bijzonder van haar ontredderde kinderen...
Na de dood van hun moeder wilde Wim’s vader niet zelf voor de kinderen zorgen. Hij benaderde hiervoor zijn zus en vroeg of zij en haar man tegen betaling als pleegouders voor de kinderen wilden fungeren. Nadat ze daarmee hadden ingestemd, heeft Wim nooit meer iets van zijn vader gehoord. En er was nog een probleem: de verstandhouding van Wim en de andere kinderen met hun nieuwe pleegouders was van begin af aan ronduit slecht.

Oorlog breekt uit in Indië

Wim is bijna tien jaar als in februari-maart 1942 de oorlog uitbreekt in Nederlands-Indië. De Japanse troepen bombarderen het eiland Billiton waar de tin-mijnen liggen, waarvoor Wim's vader werkt. Het schip dat het personeel van de tinmijn evacueert -inclusief Wim's vader -wordt vlak voor de kust bij Batavia onder vuur genomen en zinkt. Daarbij komt Wims vader om het leven.

Capitulatie Nederlands-Indië

Na de capitulatie van Nederland-Indië, op 8 maart 1942, worden Wim en de andere kinderen door hun pleegouders in een weeshuis ondergebracht.
Ook het weeshuis wil al gauw van de drie kinderen af. Ze worden in het huis van andere pleegouders geplaatst. Maar daar worden ze al gauw als last gezien. En: ze worden door hen mishandeld. Ten einde raad besluit Wim met zijn broers en zus weg te lopen
(Foto rechts: paneel van de expositie 'Oorlogsverhalen Indische en Molukse Groningers in het Floreshuis in Groningen).

Naar Jappenkamp

Maar Wim is zelf nog een kind en kan niet voor zijn broertje en zus zorgen en ook geen onderdak voor ze bieden. Wim brengt zijn broer en zus daarom naar een Japans burger-interneringskamp voor vrouwen en kinderen, in de hoop dat zij zich om zijn broer en zus zullen bekommeren. Als hij ze daar afgegeven heeft, gaat Wim nog een keer terug naar het huis waaruit ze weggelopen zijn om daar nog wat kleding voor zijn broer en zus op te halen. Als hij weer terugkomt in het Jappenkamp, blijkt dat zijn broer en zus zijn verdwenen. Hij heeft geen idee waar ze gebleven zijn. Misschien zijn ze naar een ander kamp overgebracht...

Werken in wapenfabriek

Wim wordt naar Bandoeng op transport gesteld. Daar moet hij -als twaalfjarige- in een wapenfabriek voor de Japanners werken (foto rechts). Hij moet er in het gedeelte waar munitie wordt gemaakt, de vloeren vegen. Dat wil zeggen dat hij het stof, dat vrijkomt bij het productieproces van munitie, moet opvegen van de vloer. En daarin zitten ook brandgevoelige kruitresten.

Brand

Dan, op een keer, ontstaat er brand: het door Wim bijeengeveegde stof vat plotseling vlam. Binnen de kortste keren staat ook het dak van de fabriek in de fik. Een inheemse arbeider (Indonesiër), die het allemaal heeft zien gebeuren, aarzelt geen moment. Hij weet dat de Japanse bewakers Wim direct als schuldige zullen aanwijzen en hem in hun woede misschien wel zullen lynchen. Om dat te voorkomen, wordt Wim snel door de Indonesiër - die Paoedjoe blijkt te heten- in veiligheid gebracht. Padjoe, die ook goudsmit is, neemt Wim mee naar zijn huis en biedt hem daar onderdak. Als donkergekleurd Indisch jongetje zal Wim bij hem in het gezin niet gauw opvallen. Paoedjoe vraagt aan Wim zichwel tot de Islam te bekeren. Dat gebeurt en Wim wordt ook besneden.


Binnen de islamitische gemeenschap worden jongens vóór ze hun puberteit bereiken, besneden. Deze traditie is eeuwenoud en tevens algemeen verspreid in de islamitische wereld. Het besnijden van jongens is evenwel niet verplicht, want het staat niet vermeld in de Koran. Het werd wel geadviseerd door de profeet Mohammed waardoor alle mannelijke moslims zich sindsdien laten besnijden. Onbesneden mannelijke moslims worden niet als moslims worden beschouwd en mogen daarom niet Islamitisch trouwen. Bron: Histories


Einde Japanse bezetting

De Tweede Wereldoorlog in Zuid-Oost Azië komt ten einde na de capitulatie van Japan op 15 augustus 1945, nadat Amerikaanse bommenwerpers twee atoombommen op Hiroshima en Nagasaki hebben afgeworpen.
Maar voor Wim verandert er weinig.

Geen paspoort

Wim heeft, als minderjarig kind van een in de oorlog overleden omgekomen vader, geen paspoort, dus ook geen officiële identiteit. En zijn overleden moeder is als zodanig nooit erkend.
Totdat -dan is het inmiddels 1949- Wim’s oorspronkelijke pleegouders (dezelfden die hem aan het begin van de oorlog naar een weeshuis brachten) worden overgehaald om Wim bij het Rode Kruis aan te geven als oorlogswees. En dat maakt de weg vrij om Wim alsnog een paspoort te verstrekken. Pas dan is voor de inmiddels 17-jarige Wim de oorlog echt voorbij: 4 jaar na de feitelijke bevrijding van Indië!

Naar Nederland

Wim’s pleegouders besluiten na de overdracht op 27 december 1949 van Nederlands-Indië aan Indonesië naar Nederland te vertrekken. Wim is dan net achttien jaar en nog steeds minderjarig (Toen was je pas op je 21e meerderjarig.) en moet met zijn pleegouders, die dus nog steeds de voogdij over hem hebben, mee naar Nederland.
Wim heeft tot zijn 21e gevochten om onder het voogdijschap uit te komen van zijn pleegouders, die volgens Wim de lijfrente van de levensverzekering van Wim’s biologische vader al die tijd in eigen zak staken.

Zeeman

Wim wil hier in Nederland zeeman worden. Hij haalt daarvoor het diploma voor machinist op de Grote Vaart. Daarna probeert hij als machinist aan de slag te komen bij de Holland-Amerikalijn. Maar hij wordt afgewezen. Wim denkt, dat dit met zijn huidskleur te maken had.
Bij de Amsterdamse Rederij Vinke & Co lukt het wel: Wim vaart bij hen jarenlang, tot grote wederzijdse tevredenheid, op het motorschip de  'A. Alsum' (foto rechts).

Weer geen paspoort

Wim leert zijn huidige vrouw kennen als hij 24 jaar is. Het wordt eern serieuze relatie. Maar zij is getrouwd en heeft een kind. Ze wil scheiden, omdat zij door haar ex-man wordt mishandeld. Pas na ruim anderhalf jaar is de de scheiding een feit.
Maar als Wim in Amsterdam met haar wil trouwen, blijkt dat zijn geboortebewijs niet overeenkomt met de gegevens in zijn paspoort. Het gevolg is, dat Wim’s paspoort, dat hij in Nederlands-Indië heeft gekregen, in beslag genomen wordt.
Wim wordt zo voor de tweede keer formeel stateloos. Zijn gevoel is dat hem voor de tweede keer zijn identiteit is afgenomen. Hij begrijpt er niets van, want al die tijd heeft Wim met het paspoort dat hij in Nederlands-Indië had gekregen zonder enig probleem gewerkt op de Grote Vaart, getuige ook het officiële Zeemans Monsterboekje, dat hij nog steeds heeft. (zie foto rechts boven). “Ik kwam huilend thuis”,vertelt Wim. “Ik mocht niet meer stemmen en moest me ieder halfjaar melden bij de personeelsadministratie op mijn werk”.
Gelukkig is deze kwestie, die door hem als zeer vernederend is ervaren, later alsnog rechtgezet als hij in 1966  genaturaliseerd wordt tot Nederlands staatsburger.

Terug naar het overzicht