Katholiek Verzet
Het katholiek verzet in Nederland (1940-1945) bestond uit morele oppositie en praktische hulp door rooms-katholieke burgers, geestelijken en bisschoppen. Onder leiding van figuren als aartsbisschop Jan de Jong en pater Titus Brandsma verzette de kerk zich tegen de nazi-ideologie, weigerde NSB-advertenties en bood onderduik aan Joden en anderen die gevaar liepen.
Herderlijke brieven
Het Katholiek Verzet in de Tweede Wereldoorlog bestond ondermeer uit kerkelijke herderlijke brieven van de bisschoppen, die in katholieke kerken openlijk protestbrieven lieten voorlezen tegen de Jodenvervolging, de Arbeitseinsatz en schendingen van de grondrechten.
Ook Pastoors, kapelaans en kloosters hadden een belangrijke rol bij het verstrekken van valse papieren, het laten onderduiken in kerken en klooster van Joden en hun kinderen, politieke vluchtelingen en mannen die zich aan de Arbeitseinsatz hadden ontrokken en daarmee ernstige represailles riskeerden.
Ontbinding van katholieke organisaties
Katholieke vakbonden en organisaties werden ontbonden of werkten heimelijk tegen, nadat de bezetter greep probeerde te krijgen op de katholieke zuil.
Titus Brandsma
Pater Titus Brandsma was een Nederlandse karmeliet, rector magnificus van de Katholieke Universiteit Nijmegen en publicist. Hij verzette zich fel tegen de nazi-propaganda in katholieke kranten. Hij werd door de Duitse bezetter opgepakt in Nijmegen. Via de gevangenis van Scheveningen, kamp Amersfoort en de gevangenis van Kleef werd hij gedeporteerd naar concentratiekamp Dachau in Duitsland. Daar stierf hij op 61-jarige leeftijd na een dodelijke injectie op 26 juli 1942.
Kloosters
In sommige kloosters werden grote groepen onderduikers gehuisvest. Door ze bijvoorbeeld een valse identiteit te verschaffen of ze kloosterkleding te geven, waren ze voor de Duitse bezetter moeilijk te identificeren als onderduikers.
Kloosters zoals in het Limburgse Steyl, Huize Assisië bij Udenhout in Noord-Brabant, de Zusters in Tienray Limburg en het klooster de Achelse Sluis met trappisten als Pater Alphons, en het klooster Mariadal van de zusters Franciscanessen in Roosendaal zijn later bekend geworden door hun verzetswerk.
