Direct contact? Mail ons: info@oorlogsverhalen.com

Home > Oorlogsverhalen op naam > Alida Fles-Vos

Alida Fles-Vos

Het oorlogsverhaal van Alida Fles-Vos over haar­­zelf en haar zus en ouders in het Duitse con­­cen­­tra­­tie­­kamp Bergen-Belsen. Alida en haar zus overleven het concentratiekamp. Hun ouders overleven de Tweede Wereldoorlog niet.

Op 20 juni 1943 wordt er bij het gezin Vos op de deur gebonst in hun woning aan de Camperstraat in Amsterdam. Via de Hollandse Schouwburg worden ze afgevoerd naar Kamp Westerbork. Alida Fles-Vos is dan 10 jaar.

Westerbork

Op 19 mei 1944 vertrekt een transport van joden uit Westerbork naar het concentratiekamp Bergen Belsen in Duitsland. Daaronder 101 personen uit gezinnen van diamantbewerkers. Ook Frederika Vos, haar echtgenoot Adolf en de twee kinderen Paula en Alida moeten mee in de wagon. Ze komen terecht in het Duitse concentratiekamp Bergen Belsen.

Bergen Belsen

Frederika Vos-Buitekant die doofstom is, haar echtgenoot en haar twee kinderen worden geconfronteerd met een gruwelijke werkelijkheid. Alida en Paula mogen bij hun moeder Frederika blijven. Vader Adolf wordt van zijn gezin gescheiden en verblijft elders in het kamp. Af en toe vangen de kinderen toch nog een glimp van hem op. Tot 4 december 1944 op het appél. Daar zien zij hun vader voor de laatste keer. Adolf Vos wordt op transport gesteld naar concentratiekamp Sachsenhausen even buiten de stad Oraniënburg. Boven de toegangspoort de leuze: ‘Arbeit Macht Frei.’ Op 31 december 1944, nog geen maand na zijn aankomst, overlijdt Adolf Vos in Sachsenhausen.

Moeder Frederika

Op 5 december 1944, één dag nadat Adolf Vos op transport is gesteld, is er opnieuw een ochtend appél in Bergen Belsen. Ook voor Frederika Vos-Buitekant en haar kinderen. En net als elke dag staat ze in de rij om buiten het kamp te gaan werken. Frederika Vos-Buitekant komt niet meer terug bij haar kinderen. Zij wordt met ongeveer 70 joodse vrouwen op transport gezet naar het vrouwenkamp Beendorf, bij Helmstedt. Daar moet zij als dwangarbeider werken in een voormalige zoutmijn 'Schacht Marie'. De mijn is door de SS ingericht voor de fabricage van onderdelen voor bommenwerpers. De omstandigheden in de zoutmijn zijn erbarmelijk...

Moordtransport

Vier maanden later, op 9 april 1945, als de ge-allieerden naderen, wordt Beendorf ontruimd. Fredrika Vos wordt samen met 3000 vrouwen en 1350 mannen in goederenwagons geladen. Dan begint het zogenoemde ‘moordtransport’, naar Hamburg, dat voor Frederika Vos 14 dagen zal duren. De helft van de vrouwen zal het niet overleven.
Deze afschuwelijke reis loopt via Mariënborn, Magdeburg, Stendal en Witteberge naar het plaatsje Sülstorf. Daar blijft het transport 3 dagen en 2 nachten op het station staan. Als de deuren opengaan, blijken meer dan 346 vrouwen en mannen overleden te zijn. Hun lichamen worden begraven op een akker langs de spoorlijn.
Zondag 15 april gaat het transport verder naar een concentratiekamp even buiten Wöbbelin. Daar blijven de mannen achter en de vrouwen gaan verder. Via Hagenow-Land, en Buchen komt het transport in Lübeck aan. Daar staan de wagons opnieuw drie dagen en nachten stil.

Overlevenden

Overlevenden van het transport verklaren later: “ Er was hittte, honger en dorst, angst om te stikken, we stonden schouder aan schouder, wie neerviel werd vertrapt, sommige vrouwen werden krankzinnig en door SS-ers doodgeslagen, anderen sloegen elkaar dood, zodat er meer ruimte zou onstaan...”.

Hamburg

Uiteindelijk komen de vrouwen, waaronder Frederika Vos-Buitekant, op zaterdag 21 april 1945 in Hamburg aan. Zij worden overgebracht naar het arbeitslager Eidelstedt aldaar, gevestigd in een voormalige kazerne. Daar overlijdt de Frederika, moeder van Alida en Paula, op 25 april 1945, 10 dagen vóór de bevrijding.

Bevrijding Bergen Belsen

Op 15 april 1945 worden de gevangenen van Bergen Belsen door Britse troepen bevrijd. De Enegelsen zijn op geen enkele manier voorbereid op wat ze aantreffen: meer dan 10.000 onbegraven lichamen. 38.000 gevangenen zijn nog in leven. Daarvan sterven er later 12.500 alsnog aan de gevolgen van de ontberingen in dit concentratiekamp.

De kinderen Vos overleven het en zijn dolblij als ze de bevrijders kunnen verwelkomen.
Alida en haar zusje worden terug in Amsterdam in het ouderlijk huis aan de Camperstaat 14 opgevangen en opgevoed door hun grootouders Vos, die de oorlog ook overleefden.

Frederika Vos-Buitekant krijgt later een officieel Nederlands oorlogsgraf op het Nederlands Ereveld in Hamburg.

Terug naar het overzicht