Direct contact? Mail ons: info@oorlogsverhalen.com

Home > Oorlogsverhalen op naam > Jan Jansen

Jan Jansen

Jan Janssen werd op 22 november 1937 geboren in Heteren. ongeveer 15 km. ten westen van Arnhem. Hij heeft nog heldere herinneringen aan de Tweede Wereldoorlog. Jansen is nu 81 jaar en gepensioneerd leraar. Aan oorlogsverhalen.com vertelt hij zijn belevenissen als jongetje tijdens de Slag om Arnhem.

“Mijn eerste oorlogsherinnering is van de dagen direct na Dolle Dinsdag, 5 september 1944, toen de Duitsers massaal en in paniek op de vlucht sloegen richting Duitsland als reactie op de succesessen van de geallieerden in Zuid-Nederland. Zoals  overal in Nederland werden ook in Heteren NSB-ers van huis gehaald, bespot, uitgejouwd en gevangengezet. Eén beeld is mij heel erg bijgebleven: op een platte boerenwagen stond een gewone keukenstoel en daarop zat een gevangengenomen NSB-vrouw. Nu, in 2008, denk ik: ze werd echt te kijk gezet”.

Slag om Arnhem

“Mijn tweede herinnering is veel omvattender. Op 17 september 1944 was ik bijna 7 jaar. Misschien te jong om je dingen goed te herinneren. Maar er zijn gebeurtenissen die zo ingrijpend zijn, dat ze als het ware voor het hele verdere leven op het netvlies gebrand zijn. Als ik mijn ogen sluit, zie ik de landingen van de parachutisten, die de slag om Arnhem zouden uitvechten, weer gebeuren. In de ochtenduren waren er in de omgeving van Arnhem al bombardementen geweest. Het zal ongeveer 13.00 uur geweest zijn, toen we werden opgeschrikt door een aanhoudend en steeds luider wordend gebrom. Al gauw zagen we honderden vliegtuigen overkomen”. 

Parachutisten

“Toen mijn moeder en ik de eerste parachutisten zagen springen, dachten we dat het bommen waren.  Maar toen de parachutes zich ontplooiden, wisten we wat er aan het gebeuren was.
Iedereen stond op de rivierdijk te kijken. We hadden een prachtig gezicht op de uiterwaarden, de rivier de Rijn en de heuvels aan de overkant. Urenlang zagen we de vliegtuigen in grote aantallen overkomen, zagen we duizenden parachutisten springen en zagen we hoe boven onze hoofden de zweefvliegtuigen met manschappen en zwaarder materiaal werden losgekoppeld. 
Het waren overweldigende en zeer indrukwekkende beelden. Beelden, die ik nooit meer ben vergeten. Zeker niet de beelden van te vroeg gesprongen parachutisten, die met volle bepakking in de rivier terecht kwamen en dus niet meer boven kwamen of die te pletter sloegen op de uiterwaarden, omdat de parachute niet open ging”.

Luchtafweer

“In de daarop volgende dagen waren we getuige van vervolg landingen en aanvoer van voorraden. De Duitsers waren nu gewaarschuwd en hadden een goede luchtverdediging opgebouwd. Veel Dakota’s werden door het afweergeschut getroffen en kwamen brandend neer. In ons dorp ruim 10 stuks. Het was soms heel beangstigend. Nu nog kan ik in Heteren precies de weg aangeven, die ik liep, schreeuwend van angst en steeds maar omhoogkijkend, op de vlucht voor een brandende en rondcirkelende Dakota. Je wist immers niet waar het toestel neer zou komen. Nu denk ik: de piloot van dat toestel zal wel zijn best hebben gedaan om hetvliegtuig niet in het dorp te laten neerkomen. Het viel tenslotte net buiten het dorp in een kersenboomgaard”.

Luchtgevechten

“Ik herinner me hoe we met grote belangstelling stonden te kijken naar de luchtgevechten tussen Duitse en Amerikaans-Engelse jagers. Er waren in die tijd geen Duitse troepen in ons deel van de Betuwe gelegerd. Wel aan de overkant van de Rijn op de heuvels van de Veluwezoom. Veel bemanningsleden van de neergestorte vliegtuigen brachten het er levend van af. Sommigen sprongen tijdig uit het vliegtuig, anderen overleefden de crash, al of niet ernstig gewond.
Het dorpshuis in Heteren werd omgetoverd in een soort hospitaal, waar onze zeer kordate vrouwelijk huisarts de scepter zwaaide, geholpen door enkele jonge vrouwen uit het dorp, waaronder twee van mijn zussen”. 

Gewonden

“Alle gewonden, ook zij die vrijwel niets mankeerden, werden van top tot teen in het verband gezet. Al gauw na een crash kwamen Duitsers de Rijn over om bemanningsleden die het overleefd hadden, gevangen te nemen. Onze dokter verbood echter hen te vervoeren, omdat ze te zwaar gewond waren en zo konden de meesten ’s nachts afgevoerd worden richting Nijmegen, dat net bevrijd was.
De doden werden begraven in Heteren. Op de algemene begraafplaats daar liggen  ongeveer 20 omgekomen bemanningsleden van neergestorte vliegtuigen".

Bloesjes van parachutezijde

“Binnen enkele dagen na de eerste landingen liepen heel wat meisjes in ons dorp met bloesjes, gemaakt van parachute-zijde.
Tijdens de laatste dagen van de slag om Arnhem werd ons dorp Heteren geëvacueerd. ’s Nachts werden we afgevoerd naar het naburige dorp Zetten. Toen na enkele maanden daar de beschietingen op de daar inmiddels gelegerde Engelsen en Amerikanen te hevig werden, volgde een tweede evacuatie.
Eerst naar Nijmegen. Als kind vond je het fantastisch om in een amfibievoertuig (een DUKW) de rivier de Waal over te steken”.

Evacués

“Vanuit Nijmegen werden wij naar Tilburg gebracht. Ik weet nog goed hoe we daar de eerste nacht op stro in de AB-dekenfabiek doorbrachten. De mensen waren verplicht om evacuees op te nemen. Gelukkig kwam mijn moeder en 2 van de 5 kinderen in een groot gezin terecht waar we met liefde werden opgenomen. De andere 3 kinderen werden elders ondergebracht. 
Mijn vader was in de Betuwe achtergebleven. Hij was een van de mannen op het ‘Eiland van de 1000 mannen’, een klein gebied net ten noorden van Nijmegen. Zij moesten toezicht houden op de gedeeltelijk door de Duitsers onder water gezette Oost-Betuwe. Om de zoveel tijd kwam hij een weekend naar Tilburg. Helaas werd de gastvrouw in Tilburg al gauw ernstig ziek en moesten wij naar een ander adres. Wij kwamen terecht bij mensen die geen evacuees wilden en dat lieten ze duidelijk merken". 

Kampement Engelsen

“Vlakbij dit nieuwe adres was een kampement van de Engelsen. Prachtig natuurlijk voor een kind. Al gauw was ik bij de Engelsen helemaal in de kost en kwam alleen op het evacuatie adres om te slapen. Voor mijn moeder wel fijn: dat was er één minder om onze gastvrouw en gastheer tot last te zijn. Wat heb ik daar een prachtige tijd gehad. Onder andere meerijden in een zgn. Brencarrier.
Toen mijn vader een weekend in Tilburg kwam, zorgde hij voor weer een ander evacuatie-adres waar we wel welkom waren”.

Terugkeer Heteren

“Omdat mijn vader altijd in de Betuwe was gebleven, was ons gezin zo ongeveer het eerste dat  in Heteren terugkeerde. Vlak bij ons huis lag de munitie overal opgestapeld. De militairen hadden het gewoon laten liggen. Later haalden wij kinderen het kruit uit de kogels en maakten er een soort rotjes van, waarmee we elkaar achterna zaten. Mijn vader verschoot van kleur, toen ik op een dag met een Duitse pantservuist (een anti-tankwapen) op mijn schouder thuis kwam. Omgaan met munitie was in die eerste dagen na de bevrijding voor ons kinderen heel gewoon.
Later vond ik op de uiterwaarden drie granaten. Dat meldde ik bij de politie. Korte tijd later werd ik van school gehaald door twee mannen van de munitieopruimingsdienst. Ik moest mee om te wijzen waar de granaten lagen. Toen liep het me dun door de broek, omdat ik opdracht kreeg om één van de granaten naar de auto te dragen. Inmiddels wist ik heel goed hoe gevaarlijk het spul was. Er waren al heel wat ongelukken gebeurd”.

Doorgeven aan generaties na ons

De Tweede Wereldoorlog heeft mijn hele leven mijn belangstelling gehad. Ik heb er heel veel over gelezen en doe dat nog steeds. Ik mag wel zeggen, dat ik er veel van geleerd heb en er inmiddels ook veel over weet. Mijn ervaringen en kennis over de Tweede Wereldoorlog wil ik graag via mijn oorlogsverhaal met anderen delen en doorgeven aan de generaties na ons."                   

 

 

                                                                                              

Terug naar het overzicht