Direct contact? Mail ons: info@oorlogsverhalen.com

Home > Oorlogsverhalen op naam > Majoor A. A. van Oorschot

Majoor A. A. van Oorschot

Majoor A.A. van Oorschot is op 4 mei 1942 in Alkmaar gearresteerd door de Duitse politie. Daarna is hij samen met 20 andere Alkmaarse burgers gevangen gezet in het op die dag geopende interneringskamp Sint-Michielsgestel. Dit kamp was gevestigd in het kleinsemenarie Beekvliet aldaar.

Kamp Sint-Michielsgestel

Kamp Sint-Michielgestel was door de Duitsers geopend om 460 toonaangevende Nederlanders, zoals politici, burgemeesters, hoogleraren, geestelijken, advocaten, schrijvers en musici gevangen te zetten. Van Oorschot is er ondergebracht omdat hij als Majoor der Artillerie b.d. in dienst was geweest van de Nederlandse Krijgsmacht.

Tot eind 1944 werden honderden notabele Nederlanders als gijzelaar vastgehouden. De nazi's dachten met deze mensen als onderpand het Nederlandse verzet in de greep te hebben. Ze stonden op de nominatie om bij onrust in het land als gijzelaar gefusilleerd te worden. Als repressaille op de bomaanslag op een Duitse trein in Rotterdam werden op 15 augustus 1942 vier gijzelaars uit het Kamp Sint Michielsgestel geëxecuteerd door de nazi's. De meeste bewoners ontkwamen aan dit lot en zijn in september 1944 vrijgelaten.

Dagboek

Majoor van Oorschot heeft vanaf de dag van zijn arrestatie een dagboek bijgehouden en tekeningen gemaakt van de plekken waar hij gevangen heeft gezeten. Zo tekende hij ook de binnenkant van de hoofdingang van het kleinsemenarie Beekvliet dat dienst deed als gijzelaarskamp in Sint-Michielsgestel. Hij schreef onder de tekening: "Hoofdingang naar bureau van den Duitschen Commandant van ‘Beekvliet’".
Van Oorschot heeft niet lang in kamp Sint-Michielsgestel gezeten. Op 15 mei 1942 werd hij afgevoerd naar Duitsland.

Neurenberg-Langwasser

Van 15 mei 1942 tot 1 augustus 1942 was Van Oorschot opgesloten in het kamp Neurenberg-Langwasser. Daar waren in 32 houten barakken circa 2200 Nederlandsche officieren, adelborsten en cadetten gelegerd als krijgsgevangenen. Van Oorschot schrijft dat ze er door de Duitsers "beestachtig" behandeld werden. De lange appèls op de binnenplaats en vooral het gebrek aan voedsel zorgden ervoor dat de gevangenen sterk vermagerden en bijna geen energie meer handden. In een korte periode viel Van Oorschot 46 kilo af.
Hij kreeg in Neurenberg-Langwasser, zoals alle krijgsgevangenen, een nummer. Zijn nummer was 30594. Van Van Oorschot is uit die periode een foto bewaard gebleven. Daarop is hij -sterk vermagerd- te zien in uniform terwijl hij zijn nummer ophoudt. De foto is gemaakt op 4 juni 1942. Hij weegt dan slechts 56 kilo.

Stanislau

Op 1 augustus 1942 wordt Van Oorschot per spoor overgebracht naar Stanislau, waar hij tot 11 januari 1944 zal verblijven. Daar wordt hij met andere krijgsgevangenen geïnterneerd in de Maria Theresia Kazerne. Ze werden bewaakt door Russische krijgsgevangenen. Het regime was in deze kazerne veel beter. In zijn dagboek schrijft hij: "Verpleging –in zijn geheel- veel beter dan in Langwasser!” In de twee winters die hij in de krijgsgevangenenkazerne in Stanislau verbleef was het zeer koud: min 28 graden celcius.
Van de Maria Theresia Kazerne staat in het dagboek een tekening van de hand van Van Oorschot. Zijn onderschrift luidt: "Een der drie vleugels van dit enorme gebouw, waarin ± 2500 mannen kunnen worden gelegerd. Dikte van de muren ± 60 c.m.; dubbele ramen; deze tamelijk klein!"

Neu-Brandenburg

Begin januari 1944 worden de krijgsgevangenen  verplaatst naar Neu-Brandenburg. Van Oorschot schrijft  hierover in zijn dagboek: "Op 10 januari 1944 werden we verplaatst naar Neu-Brandenburg, wegens de naderende aanval der Russen op de Duitsche stellingen in het Oosten". En hij vervolgt:
"Van 10 januari 1944 -15 januari 1944 per trein naar Neu-Brandenburg. (kacheltje in elke wagon)- zeer strenge vorst- tijdens de spoorreis ± 110 ontvluchtingen; van velen het lot onbekend; wellicht zeer velen dood of doodgeschoten o.a. de schoonzoon van de Eerste Kolonel Engers".
In Neu-Brandenburg zijn de omstandigheden slecht. Van Oorschot schrijft: “De overgang van Stanislau naar Brandenburg was verschrikkelijk; geen enkel comfort: weder houten barakken als in Langwasser – slechter eten – onderweg van keuken naar barakken kon alle vuil in het eten komen, want de etenstonnen waren open! Ook hier Russen als oppassers; velen van hen stierven hier van ontbering. Gezondheidstoestand in het kamp was slecht, doorlopend koud, guur en nat weder, vele ziekten en sterfgevallen”.
En over de omgeving van het kamp in Neu-Brandenburg staat in het dagboek van Van Oorschot te lezen: “De omgeving van ons kamp in Neu-Brandenburg was eentonig. Het uitzicht van onze kamer! (hok) van vak 2 barak 19b was als boven. Bij de bomenrij, stond een heerenhuis, waarin woonde een poolsche rentenier, deze, met zijn gezin, vermoord door de Nazi’s en op dit moment in Duitsche handen van een familie".

Tittmoning

Op 31 mei worden de krijgsgevangenen, waaronder majoor Van Oorschoot per trein overgebracht naar Tittmoning op de grens van Beieren en Oostenrijk. Ze worden gevangengezet in het oude ridderslot, dat gebouwd is als een burcht. Van deze burcht zijn door Van Oorschot een aantal tekeningen gemaakt met details van het ridderslot, dat hij in zijn dagboek alsvolgt beschrijft:
"De geheele burcht was gebouwd van zeer zware steen, de muren waren soms 1 meter á 1.50 meter dik en van vluchtgangen en vluchtruimten voorzien; de toegangen tot de burcht geschiedde door twee bruggen, over een diepe en droge, breede gracht, gelegen om de gehele burcht. Achter de burcht, een prachtig, heuvelachtig boschgedeelte, het jachtterrein van de vroegere burchtbewoners. Dit gedeelte deed denken aan ons Zuid-Limburg!” 

Bevrijd door de Amerikanen

Op 4 mei 1944 wordt Tittmoning bevrijd door de Rainbow Divisie van het Amerikaanse leger. Van Oorschot weet er foto's van te maken die in zijn dagboek zijn terug te vinden.
Hij schrijft: " Groot ogenblik. Heden om 7.00 nam. Mochten alle voormalige krijgsgevangen Officieren en Onderofficieren zich buiten de burcht begeven en het stadje Tittmoning ingaan, aangezien men niet wist, hoe de Duitsche bevolking zich zou gedragen ten opzichte van ons, moesten wij met zijn vieren samen ‘uit’ en samen ‘thuis’ komen om 10.00 's avonds. De Duitsche bevolking gedroeg zich zeer correct, men was dolblij door de Amerikanen te zijn bevrijd en niet door de Russen!"


Dagboek na 68 jaar ontdekt

Het dagboek van majoor A.A. van Oorschot is 68 jaar na de bevrijding ontdekt op een zolder van een woning in Naarden. De bewoonster was overleden en familieleden vonden het dagboek toen zij de zolder moesten leeg maken omdat het huis van de overledene verkocht was. Niemand van de familie was met het oorlogsverhaal van Van Oorschot bekend. Zij hadden nooit van hem gehoord en hun overleden tante had er nooit met hen over gesproken. Misschien heeft ook zij nooit geweten dat op haar zolder het bijzondere verslag in tekst en beeld verstopt was van een ooggetuige van de Tweede Wereleldoorlog.

Nabestaanden van Majoor Van Oorschot gezocht

Van het dagboek is door de Stichting Oorlogsverhalen inmiddels een digitale versie gemaakt, zodat ierdereen dit bijzondere oorlogsverhaal van een Nederlandse krijgsgevangene kan lezen. De Stichting Oorlogsverhalen hoopt dat door de publicatie van het dagboek eventuele nabestaanden van Majoor Van Oorschot zich bij de stichting zullen melden, zodat het origineel aan hen gegeven kan worden.
Het dagboek kan hier >> worden gedownload.

Terug naar het overzicht