Direct contact? Mail ons: info@oorlogsverhalen.com

Home > Namen > Marinus Nieuwenhuize

Marinus Nieuwenhuize

Het oorlogsverhaal van Marinus Nieuwenhuize, die vier jaar was toen de oorlog uitbrak. Hij woonde met zijn ouders en broers en zussen in Zeeland. Tijdens de oorlog groeide hij op. Aan het eind van de oorlog maakte hij de Slag om de Schelde mee.

Marinus (Rinus) Nieuwenhuize (foto rechts) wordt op 27 april 1936 geboren in Kapelle-Biezelinge op Zuid-Beveland in Zeeland. Het gezin waarin Rinus opgroeit, bestaat uit vader, moeder, drie oudere zussen, een oudere broer,  Rinus en daarna nog twee jongere broers. De vader van Rinus is commissionair en fruitkweker. Ze wonen zo’n 500 meter vanaf de spoorlijn en de rijksweg.

Franse soldaten

Rinus is vier jaar, als de oorlog uitbreekt. Ter verdediging komen er circa 3000 Franse soldaten naar Zeeland om te helpen tegen de Duitse inval. Omdat ze dicht bij de spoorlijn wonen, is de verwachting dat daar veel strijd geleverd zal worden. Daarom besluit de vader van Rinus, samen met zijn buurman (de opa van voormalig premier Jan Peter Balkenende) met hun gezinnen naar het westen te gaan. Ze komen terecht in Nisse, waar ze een paar dagen in een schuur verblijven. Op het schuurdak kunnen ze de gevechten van de Fransen tegen de Duitsers goed volgen. Na een paar dagen gaan de gezinnen weer naar huis. Gelukkig is hun huis niet beschadigd. Wel de boomgaard met de fruitbomen, waar veel granaten zijn ingeslagen. De kinderen mogen er niet naar toe. Dat is te gevaarlijk.

Vorderen fietsen

Na twee jaar moet Rinus naar school. De Duitsers nemen veel zaken in beslag voor eigen gebruik, zoals fietsen. Daarvoor werden verordeningen uitgevaardigd (zie voorbeeld rechts). Als hieraan niet voldaan werd, konden als represaille willeleurige inwoners geëxecuteerd worden. Toch verborgen velen hun fiets. Vader Nieuwenhuize bedacht een slimme oplossing: sinds het vorderingsbevel rijdt hij op een kinderfiets. Deze werden niet gevorderd. De Duitsers hadden geen interesse in kinderfietsen. Rinus: “Het was geen gezicht, een volwassen man op een kinderfietsje, maar dat hinderde mijn vader niet!”
Omdat ook de school gevorderd is door de Duitsers, krijgen de kinderen les in de consistorie van de kerk. Om de andere dag is er school. Als ze niet naar school hoeven, schuimen de kinderen de omgeving af.

Pamfletten

De kinderen vinden pamfletten die door Engelse vliegtuigen zijn afgeworpen om de bevolking te waarschuwen of in te lichten over het verloop van de oorlog.  Ze kijken ook naar wat de Duitse soldaten doen. Als ze marcheren, zingen de soldaten. Eén soldaat is de voorzanger, de anderen vallen in en zingen het na.  Rinus: “Je wist wel, dat de Duitsers de vijand waren, maar er werd thuis niet veel over gesproken. Hoe minder je wist, hoe minder de kans dat je je mond voorbij zou praten. Want verraad lag altijd op de loer”.
In het ouderlijk huis hadden de Duitsers ook enkele soldaten ingekwartierd.

Oorlogsgeweld

De oorlog bleef voor Rinus niet alleen thuis zichtbaar, maar ook in de lucht: “Je hoorde altijd vliegtuigen. Eén keer was er een luchtgevecht tussen een Duitse en een Engelse jager. We zaten net te eten en we liepen van tafel om te kijken wat er gebeurde. De spoorlijn werd regelmatig bestookt door geallieerde jachtvliegtuigen, vooral ’s nachts. Dan werden er met parachutes magnesiumlicht-fakkels afgegooid om doelen te vinden. Als we de beschietingen hoorden, trokken mijn broer en ik de dekens over ons hoofd. Soms werden de treinen beschoten. Mijn vader was vrijwilliger bij het Rode Kruis, hij pakte dan zijn tas, om slachtoffers te kunnen helpen. Overdag waren er ook beschietingen. Tijdens een beschieting hadden onze buren net hun baby uit de wieg gehaald om te schuilen onder de trap. Toen het weer veilig was, ontdekten ze in de wieg een granaatscherf ”, aldus Rinus.

Neergeschoten vliegtuig

Rinus maakt mee, dat er een vliegtuig van de geallieerden wordt neergeschoten door de Duitsers. De piloot kan op tijd met zijn parachute uit het getroffen vliegtuig springen en belandt in de boomgaard van opa. Hij wordt gepakt door de Duitsers. De parachute is blijven liggen. Hij wordt door een van de medewerkers van vaders kwekerij in een mesthoop verstopt. Van de stof van een parachute kan kleding gemaakt worden, want daaraan was tijdens de oorlog steeds meer tekort. Maar de Duitsers hadden verboden parachutes voor dit doel mee te nemen. De medewerker, die de parachute had verborgen, wordt door de Duitsers gearresteerd. Hij wordt op transport gesteld naar Duitsland waar hij later overlijdt.

Onderduikers

Tijdens de oorlog heeft Rinus' vader in de loop van de tijd in zijn kwekerij zeven man personeel in dienst. Enkele van hen zijn onderduikers, die met valse namen en papieren waren ondergebracht bij gezinnen. Ze hadden zich onttrokken aan de door de Duitse bezetter verplicht gestelde Arbeitseinsatz, die ervoor moest zorgen dat jonge mannen uit de bezette gebieden -waaronder Nederland- Duitse arbeiders vervingen, die in het leger moesten dienen. Hendrik Slabbekoorn -Rinus’ opa van moeders kant- had toen een groot huis met veel kamers. Opa woonde daar met ongetrouwde ooms en een tante. Hij biedt ook onderdak aan een onderduiker uit Zeeuws-Vlaanderen. Maar als in hetzelfde huis de staf van de ‘Schreibstube’ van de nazi’s wordt ondergebracht gehuisvest, weet de onderduiker via de boomgaard te ontsnappen.

Vordering van honden

In de oorlog wordt op een gegeven moment door de Duitsers bevolen om iedere hond naar de veiling te brengen. Ter plekke schieten de Duitsers met losse flodders in de lucht om te kijken hoe de honden daarop reageren. Als een hond niet schrikt, wordt hij geschikt geacht als speurhond en moet de baas zijn hond afstaan aan het Duitse leger. Vlakbij Rinus woont een boer, die ook een hond heeft. Maar die is gewend aan geweervuur, omdat hij altijd meegaat bij de jacht. De boer verstopt zijn hond voor de Duitsers.

Slag om de Schelde

Na de invasie van de geallieerden in Normandië, begin juni 1944, rukken vanuit Frankrijk de bevrijders steeds verder op. Voor de bevoorrading van de geallieerde troepen is de haven van Antwerpen essentieel. Maar de Duitsers houden fanatiek stand bij de Scheldemond, waardoor de Antwerpse haven voor niet te bereiken is.
Bij de Slag om de Schelde in het najaar van 1944 wordt zwaar strijd geleverd: meer dan 10.000 soldaten en burgers komen om.
Rinus heeft ook herinnering aan de slag: “ Toen het begon, hoorden we tientallen bootjes en landingsvaartuigen, aankomen om aan te vallen. De Duitsers, die in het dorp ingekwartierd zijn, vluchten met paarden naar Walcheren en velen van ons zoeken bescherming in de schuilkelders”. Het gezin van Rinus kan dekking zoeken bij een buurman. Hij is een oom van moeder en heeft een groot huis met een kelder, waar veel buurtbewoners terecht kunnen. Het schieten duurt een dag en een nacht.  Rinus: “Je zag niks, maar hoorde alleen het afschieten en het fluiten van de kogels en dan denk je bij jezelf, ‘waar komt het terecht?’
Als de buurman tijdens een gevechtspauze de deur opent, staat er een Duitse soldaat met een geweer in de aanslag. De buurman schrikt zich rot, trekt de deur dicht en doet de grendel erop, waardoor de Duitsers niet binnen kunnen komen. Als reactie beschieten de Duitsers het huis. Bij de trap ontploft een granaat. Mijn vader, die zich onder een laag dekens en kleren verborgen heeft, roept: ‘Vrouwen en meisjes, jullie moeten heel hard gillen!’ Ondertussen heeft een Duitser het kozijn eruit getrapt, en loopt door het huis. Bij de kelderdeur hoort hij het gillen  van de vrouwen en de meisjes. De achterbuurman hoort het ook en denkt: ‘De buren worden vermoord’. Hij pakt een geweer van een bij hem verstopte Duitser, die niet meer wil vechten en rent naar de buren. Hij zorgt ervoor dat de Duitse soldaat in het huis van de buren uiteindelijk afdruipt".

Als de Canadezen en Engelse bevrijdingstroepen uiteindelijk arriveren, ziet Rinus dat een van hun soldaten een papagaai op zijn schouders heeft. Bij het huis naast het buurhuis liggen negen dode Duitsers. Een neef van Rinus’ moeder is dodelijk geraakt in het dorp.

Met dank aan de inmiddels opgeheven Stichting Ongeland

 

Terug naar het overzicht