Direct contact? Mail ons: info@oorlogsverhalen.com

Home > Namen > Nicolaas Eversdijk

Nicolaas Eversdijk

Nicolaas Eversdijk was 6 jaar, toen het Duitse leger op 10 mei 1940 Nederland binnen viel. Zijn kleinzoon Arjen Eversdijk tekende het oorlogsverhaal van zijn opa, die inmiddels 89 jaar is, op. Hij sprak vele uren met zijn opa over de Tweede Wereldoorlog en wat dit voor hem en zijn familie betekende. Al deze gesprekken legde hij op video vast. Hieronder een samenvatting van het oorlogsverhaal van Nicolaas Eversdijk.

Nicolaas (Nico) Eversdijk (Foto boven: Nico met zijn vrouw in 2021) is geboren op 31 maart 1934 in Kapelle (Zeeland). Hij woonde aan de Postweg in Kapelle met zijn vader Marien, zijn moeder Kee en zijn broers Leen (geboren 1937) en Piet (geboren 1942). De Postweg was toen de enige doorgaande weg van Walcheren naar Noord-Brabant en daardoor belangrijk voor het transport van militairen.

Franse soldaten

Na de Duitse inval op Nederland op 10 mei 1940 worden in allerijl vanuit Duinkerken Franse troepen overbracht naar Zeeland om te helpen bij de verdediging tegen het Duitse leger.
Op de Postweg in Kapelle (foto rechts: Postweg voor WO2) komen colonnes met Franse soldaten aan. Nico’s moeder zet koffie voor ze, maar ze spreekt geen Frans, dus is het moeilijk communiceren. Het enige woord dat moeder Eversdijk verstaat is ‘sucre’. Dat klinkt als het Zeeuwse ‘suker’, en zo krijgen de Fransen koffie met suiker.
In de jamfabriek (op de hoek van de Postweg en Maalstede) worden Franse soldaten gelegerd. Nico gaat er kijken, maar wordt weggestuurd omdat de Fransen bang zijn dat de oprukkende Duitsers (foto rechts: oprukkende Duitse soldaten in Kapelle) ze ontdekken en de fabriek zouden kunnen bombarderen.
Achter Nico’s huis staat zwaar geschut, dat voortdurend wordt afgevuurd op de Duitsers. Door het kanongebulder doet Nico ‘s nachts geen oog dicht.

Evacuatie
Als de Duitsers dichterbij komen, wordt het gezin Eversdijk (foto rechts uit 1951) geëvacueerd. Nico’s vader Marien is daar niet bij, want hij is bij de mobilisatie als militair gelegerd bij de Grebbeberg.
Het gezin gaat naar familie in De Groe bij Goes. Nico en Leen worden er door hun opa per bakfiets naartoe gebracht. Ze zullen er zes dagen blijven.
De eerste nacht slapen ze er in een sloot. Nico ziet dan de eerste Duitse soldaten. Er wordt geschoten: een vrouw in Zeeuwse klederdracht loopt naar buiten. Er wordt naar haar geroepen naar binnen te gaan, maar ze trekt zich niets aan van het schieten, omdat ze ervan uitging dat de Duitsers haar met rust zouden laten, omdat ze traditionele kleding draagt. Gelukkig overleeft ze het.

Terugkeer

Na een aantal dagen gaat Nico’s opa naar de Postweg om te kijken of ze terug kunnen naar hun huis. Onderweg ziet hij veel lijken van soldaten. Bij de Postweg en de rest van Kapelle is hevig gevochten: er zijn hier 69 Franse soldaten gesneuveld.
In het huis van het gezin Eversdijk is via het wc-raampje ingebroken en zijn er spullen gestolen. Bij buren is spaargeld weg. Daarnaast is er een kalf buitgemaakt, dat waarschijnlijk door Franse soldaten is gebraden en opgegeten.
Na terugkeer in hun huis, ontdekt Nico op de fiets de tijdelijke graven van Franse soldaten (foto rechts), die aan de Postweg ter hoogte van Tekenburg en de kanaaldijk liggen.

Ongerust over vader

Nico's familie was al die tijd erg ongerust dat vader zo lang weg was, ook doordat andere militairen al in vrijheid waren gesteld.
Wat ze niet wisten, was dat vaders regiment langer werd vastgehouden door de Duitse bezetter.
Nico's vader was in krijgsgevangenschap Jan van Overloop tegengekomen. Die kende hij van de Postweg. Nico's vader had Jan gevraagd dat als hij eerder vrij zou komen dan Nico's vader, hij zo snel mogelijk aan de vrouw van Nico's vader moest laten weten dat haar man nog leefde. Jan kwam eerder vrij en kon het goede nieuws begin augustus 1940 aan de familie overbrengen. Nico's vader kwam eind augustus vrij en kon toen pas terugkeren naar zijn gezin aan de Postweg in Kapelle.

De bezetting

Op 1 mei 1940 is Nico naar de Openbare Lagere School van Kapelle gegaan. Maar bij de bezetting nemen Duitse soldaten intrek in de school. De lessen worden verplaatst naar de Hervormde Kerk, die echter oorlogsschade heeft opgelopen. Met de winter op komst, wordt het te koud om in de onverwarmde kerk nog lessen te volgen. De kinderen krijgen daarom les in een meubelzaak, maar na een tijdje worden ook hier Duitse soldaten gelegerd. Nico en de andere kinderen krijgen daarna korte lessen in huiskamers. Ze moeten blokjes hout meenemen om de kachel te stoken...

Duitse repressie

De Duitse repressie wordt -vaak met hulp van NSB'ers- in de loop van de bezetting steeds sterker. In de Nederlands Hervormde Kerk in Kapelle waar Nico en zijn familie op zondag naar toe gaan, bidt dominee D.J. Schmidt (de vader van schrijfster Annie M.G. Schmidt) hardop voor Koningin Wilhelmina, voor de regering in Engeland en voor de Joden. Dit wordt door de Duitse bezetter niet geaccepteerd. Dominee Schmidt wordt uit de pastorie gezet en moet onderdak vinden bij mensen thuis. Ook de Oranjegezinde huisarts dokter Risseeuw wordt vanwege zijn anti-Duitse houding uit zijn doktershuis gezet. Hij houdt daarna spreekuur in een klein huisje tegenover de dokterspraktijk.

Jan Kant, de NSB’er

“Op verjaardagen van iemand van het Koninklijk Huis”, vertelt Nico, “gingen we met andere kinderen van mijn klas naar het huis van Jan Kant. Hij was een fanatieke NSB’er. Voor zijn huis zongen we, om hem te plagen, dan liedjes". Een van die liedjes gaat zo:
Een torpedojager
kwam eens aan de Duitse kust
om aan de Führer te vragen
of hij ook Britse bommen lust.
Bombarderen is zo fijn
op de daken van Berlijn.
Bombarderen is parmant
op het huisje van Jan Kant!

 “Jan Kant was zo boos, dat hij de politie belde. Maar niemand van ons heeft straf gekregen. En de leraren op de lagere school, die geen NSB’ers waren, vonden het helemaal niet erg dat de school dit keer wat later begon!”, vertelt Nico.

Ingekwartierde Duitsers

Bij Nico thuis zijn van 1942 tot aan de bevrijding in oktober 1944 Duitse soldaten (verplicht) ingekwartierd geweest. Nico vertelt: “Bij ons thuis hing een grote ingelijste foto van Koningin Wilhelmina. Een Duitse officier wilde dat de foto weggehaald werd, maar mijn vader verzette zich hiertegen. Het kwam tot een compromis: een van de soldaten maakte op de plek van de foto een kapstok, waaraan de soldatenjassen werden gehangen. En die ontnamen het zicht op de foto van Wilhelmina, die er nog steeds wel hing!”
aldus Nico, die vervolgt: “De Duitsers sliepen op zolder. Daar lagen de granaten van de soldaten zo voor het oppakken, omdat ze niet opgeborgen waren in kisten of dozen. Mij werd te verstaan gegeven dat ik ervan af moest blijven. Fiedler, een van de ingekwartierde soldaten, was een heel felle nazi. De andere soldaten -waarvoor ik soms tabak ging halen wat ze beloonden met een dubbeltje of een kwartje- zeiden tegen me uit zijn buurt te blijven”.

Vliegenier

“Een andere ingekwartierde Duitse soldaat was vliegenier. Het was een aardige man. Hij damde vaak met me. En hij had bijzondere verhalen. Zoals over de Krim, waar hij gewond was geraakt aan zijn keel. Hij was in Nederland om te revalideren. Zijn keel was hersteld met zilveren plaatjes.”
Nico vervolgt: “Op een dag maant de vliegenier mij, dat ik de volgende morgen niet naar school moet gaan. Hij vertelde dat door geallieerde vliegtuigen foto’s waren genomen van de Vlakebrug (foto rechts) en dat ze die zouden gaan bombarderen. En inderdaad: de volgende dag wordt de brug zwaar gebombardeerd. Door de enorme luchtdruk kon je bijna niet blijven staan".

Geallieerde landingen

In oktober 1944 landen op Zuid-Beveland amfibie-vaartuigen van de geallieerden (foto rechts). Nico weet nog goed dat hij nauwelijks kon slapen door het geluid van die boten. Nico’s vader besluit er een kijkje te gaan nemen. Nico vertelt: “Bij ’s-Gravenpolder vertellen de mensen hem niet verder te gaan, omdat er zwaar gevochten zou worden. Bij Hoedekenskerke moet hij omkeren. Kruipend en in elkaar lopend om aan de schotenwisselingen te ontkomen, weet hij ongedeerd terug te keren naar ‘s-Gravenpolder en daarna naar Kapelle”.

Duitse aftocht

Bij de aftocht uit Zeeland in het najaar van 1944 laten de Duitsers uit hun vrachtwagens ladingen bommen achter op de Postweg. Sommige hiervan staan nog op scherp. In het dorp Kapelle ligt in sommige sloten ook veel achtergelaten munitie. Nico: “Ik wist dat je van die bommen en granaten moest afblijven. Veel te gevaarlijk. Een leeftijdgenootje van me, Jan van der Kuijl, gaat er toch naartoe, pakt een bom op en sterft als die ontploft”.

In schuilkelder

Tijdens de bevrijding van Kapelle zit Nico met het gezin in een schuilkelder bij Cornelis (Kees) Landman, bijgenaamd Keesje Spetter. Deze schuilkelder staat schuin tegenover Nico’s huis. Landman is NSB’er, maar vindt het goed dat mensen bij hem komen schuilen. Er wordt geperst stro voor de ingang van de schuilkelder gezet. Als hierop geschoten wordt, blijven de kogels erin steken. Maar Nico's opa en Keesje Spetter gaan niet naar de schuilkelder: ze blijven gewoon in het huis. Ze hadden geen zin om "op elkaar in een kelder te zitten". En in het huis hadden ze "lekker eten en drinken", zeiden ze. 
In de kelder is het erg benauwd. Er verblijven veel te veel mensen in een kleine ruimte.
Nico zit met ongeveer 16 andere mensen opeen gepakt in de schuilkelder. In grote angst, omdat er bijna continu geschoten wordt. In die wanhopige momenten heeft Nico gedacht: “Was ik maar nooit geboren, dan had ik dit niet hoeven meemaken”.

De bevrijding

Gelukkig komen er na vier dagen en nachten in de schuilkelder twee Canadese jeeps de straat in rijden. Dezelfde straat waar Nico de vorige dag nog door een kier van de schuilkelderdeur gezien had, dat er Duitse militairen kropen. Zo dicht waren de Canadezen en de Duitsers elkaar dus genaderd.
Maar nu werden ze bevrijd door de Canadezen: ze hadden het allemaal overleefd.

Video's

Hierboven staat een samenvatting van het oorlogsverhaal van Nico Eversdijk. Zijn kleinzoon Arjen sprak vele uren met zijn opa Nico over wat hij in de Tweede Wereldoorlog heeft meegemaakt. Al deze gesprekken vormen de basis van de samenvatting.
Arjen legde de gesprekken vast op video en zette ze in vijf delen op YouTube, zodat het hele verhaal van zijn opa Nico voor iedereen toegankelijk wordt. Deze YouTube-video's zijn te bekijken door op onderstaande oranje button te klikken.

Terug naar het overzicht