Direct contact? Mail ons: info@oorlogsverhalen.com

Home > Namen > Rens de Keijzer

Rens de Keijzer

Onderstaand oorlogsverhaal gaat over de bevrijding van Kamp Ambarawa-6 door de Gurkha's. Het is geschreven door Rens de Keijzer, die in 1935 in Nederlands-Indië werd geboren en er een deel van zijn jeugd doorbracht. Als kind maakte hij dit Jappenkamp mee. Het is de ingekorte versie van het verhaal uit het door Rens de Keijzer geschreven boek Van Hogerhand, dat in 2026 is uitgegeven.

Rens de Keijzer (foto rechts): “Bij ons in de familie is het bekend dat mijn moeder, Zwaantje de Keijzer-Poortinga, tijdens haar driejarig verblijf in het concentratiekamp Ambawarra 6 tijdens de Japanse bezetting van Nederlands-Indië haar kinderen onderwijs gaf over Jezus en voorlas uit een kinderbijbel. Ook is het bekend wat haar lievelingspsalm was. Dat was Psalm 121. Deze psalm begint met: ‘Ik sla mijn ogen op naar de bergen: vanwaar zal mijn hulp komen?’ Vanuit het kamp kon je namelijk in de verte bergen zien.
Haar gebed via deze psalm is tweemaal verhoord.
De eerste maal was aan het einde van het derde jaar dat zij met haar kinderen in het concentratiekamp verbleef. Het voedsel dat zij daar kregen, was geleidelijk aan te weinig om van te leven, maar tegelijkertijd ook weer net iets te veel om direct dood te gaan. Vele van de 4000 medekampbewoners hadden de hoop al opgegeven. Ze sleepten zich voort van de ene dag naar de andere, apathisch door voedselgebrek. Want als je langdurig honger lijdt, word je op den duur helemaal suf. Dat was tenminste mijn persoonlijke ervaring”, aldus de toen 10-jarige Rens.

Japanse overgave

“Totdat er atoombommen op Japan vielen. Het Japanse leger gaf zich kort daarna over en wij, de bewoners van de concentratiekampen in Nederlands-Indië, kregen bericht dat wij vrij waren. Nooit zal ik het moment vergeten dat mijn moeder de kamer binnenkwam met een pan gekookte rijst in haar handen terwijl ze riep: ‘Kinderen, nu kunnen jullie weer zoveel eten als jullie willen!’
Nadat wij op die manier ontsnapt waren aan de hongerdood, doemde er echter opeens een heel ander gevaar op”.

Vader krijgsgevangene in Japan

“Voor de oorlog begon, telde het gezin van Zwaantje en Izaäk de Keijzer zeven kinderen (foto rechts). Toen de Japanners Nederlands-Indië veroverden, werd vader als krijgsgevangene naar Japan overgebracht. Hij moest daar gaan werken voor de oorlogsindustrie.
Moeder Zwaantje bleef achter en werd met haar kinderen in een concentratiekamp geplaatst, samen met vele andere vrouwen en kinderen. Over de hele archipel werden door de Japanners concentratiekampen ingericht, waar ze de blanke vrouwen en kinderen van de kolonisten in stopten. De meeste blanke mannen werden in mannenkampen gestopt of tewerkgesteld bij de aanleg van spoorwegen op Sumatra en in Birma”, aldus Rens de Keijzer.

Er broeide wat bij de inheemse bevolking

“Onderhuids echter broeide er wel wat bij een deel van de inheemse bevolking van Indonesië, met name de jongeren(.) Ze zochten toenadering tot de Japanse overheersers die op hun beurt dachten profijt van ze te kunnen hebben"(.) 
"De Japanse bezetter bracht een deel van deze inheemse jongemannen over naar de Birma-spoorweg die in aanbouw was, en een ander deel kreeg een militaire training.
Bij die training gaven de Japanners hen geen echte wapens; ze kregen houten geweren om mee te exerceren (foto rechts). Tijdens het exerceren werden op luide toon Japanse of Maleisische strijdliederen gezongen. Hoe weet ik dat? Nou, gewoon met mijn eigen ogen en oren gezien en gehoord, vanuit het concentratiekamp”, aldus Rens de Keijzer.

Proclamatie Onafhankelijkheid

“Op 6 augustus 1945 lieten de Amerikanen een atoombom vallen op Japan. Op 9 augustus volgde een tweede. Zes dagen later, op 15 augustus, hield de keizer van Japan een radiotoespraak tot zijn volk. Hij verklaarde dat Japan stopte met oorlog voeren en zich overgaf.
Twee dagen later op 17 augustus 1945 verklaarde Soekarno (foto rechts) dat Indonesië vanaf dat moment een onafhankelijke natie was. Met andere woorden: einde van de Nederlandse suprematie over Nederlands-Indië (.) Maar Nederland was nog helemaal niet toe aan dat idee en vond dat het Nederlandse gezag over Indië zo gauw mogelijk weer hersteld moest worden".
(.) "Er was geen Nederlands-Indisch leger meer dat dit kon regelen. De mannen van Nederlandse afkomst waren grotendeels óf gedood, óf ze bevonden zich nog in Japanse werkkampen, verzwakt door de ontberingen en in afwachting van vervoer naar huis.
Volgelingen van Soekarno echter waren er in groten getale. Die bewapenden zich met kapmessen en scherpe bamboesperen en trokken op om alles wat blank was om te brengen”, aldus Rens de Keijzer

Leger van nationalisten voor de poort van Ambarawa 6

“Zo kwamen de nationalisten ook richting kamp 6 in Ambarawa (foto rechts) ,waar moeder Zwaantje de Keijzer zich in bevond, samen met haar nog zes overgebleven kinderen en samen met nog ongeveer 4000 andere vrouwen en kinderen" (.)
(.) "Toen de nationalisten voor de poort van het kamp stonden, met de bedoeling het kamp binnen te stormen en alle vrouwen en kinderen af te slachten, troffen zij echter een groepje Japanse soldaten aan die vroegen wat ze kwamen doen.
Deze soldaten waren goed bewapend en gaven te kennen dat er bloed zou vloeien als de nationalisten door zouden lopen en het kamp zouden betreden. De Japanse commandant had namelijk van de Engelsen (die nog niet ter plaatse waren) het bericht gekregen dat hij de kampbewoners moest beschermen, totdat het Engelse leger zou arriveren en de macht zou overnemen. Hij wist de aanval af te wenden. Dat wil zeggen, voorlopig".

Dreiging
“Het kamp was omringd met een muur van prikkeldraad. Hoelang zou deze zwakke afscheiding stand kunnen houden? Naarmate de weken verstreken, liep de spanning steeds verder op. Bij een ander vrouwenkamp waren de nationalisten niet op tegenstand gestuit en hadden ze al dood en verderf gezaaid onder de inwoners van het kamp. Hoelang zou dat handjevol Japanse soldaten bij kamp 6 het nog kunnen volhouden tegenover een overmacht aan woedende Javaanse jongemannen? Iedereen in het kamp was zich bewust van de dreiging. Het werd onheilspellend stil”.

Komst van geüniformeerde soldaten

“Plotseling werd ons kamp omsingeld met bruine, geüniformeerde soldaten met kale, glanzende hoofden waar een klein plukje zwart haar op zat. Ze hadden behalve geweren ook grote, gebogen messen bij zich en zagen er best gevaarlijk uit. Ze zeiden tegen de Japanners dat ze de macht overnamen en begonnen legertrucks voor te rijden, de een na de ander. De kampbewoners mochten instappen en werden met bekwame spoed naar veiliger oorden overgebracht. Het waren 4000 vrouwen en kinderen, voorwaar geen kleinigheid. Ook moeder De Keijzer mocht instappen, samen met haar zes overgebleven kinderen. Links en rechts in de laadbak van de legertruck werden matrassen van bedden rechtop gezet voor bescherming tegen de kogels onderweg”.

Naar veilige plek

“Na een rit van vele uren kwamen ze in Semarang aan, aan de kust van Java, waar het Nederlandse gezag weer was hersteld. Dit was dus een veilige plek. Sommige trucks waren onderweg beschoten door de nationalisten, maar hun positie werd nauwkeurig doorgegeven aan het Engelse oorlogsschip The Sussex dat op de rede van Semarang lag. Met kanonnen werd dan weer teruggeschoten op de aangegeven locaties", aldus Rens de Keijzer.

Gurkha’s

“In totaal werden er 4200 Gurkha’s van het Britse leger naar Java gestuurd om Nederlanders te beschermen. Zij deden hun werk grondig. Het waren ervaren ‘junglefighters’. Ze beschikten behalve over hun geweren en mitrailleurs ook over grote, gebogen werpmessen, waarmee ze vaak aan het oefenen waren. Ze waren daardoor in staat om hun tegenstanders van dichtbij zonder veel geknal uit te schakelen. Dat was hun specialisme. Voor de iets langere afstand gebruikten ze gewoon hun geweren. De Gurkha’s bevrijdden ook het kamp waar wij zaten”, aldus Rens de Keijzer

Gebeden van de gelovigen

Rens de Keijzer: “Ik geloof dat de wonderbare redding van de bewoners van kamp 6 alles te maken heeft met de gebeden van de gelovigen in dat kamp.
Op een avond slenterde ik samen met een paar andere jongens over het terrein van het concentratiekamp langs een paar barakken. Ik moet een jaar of negen geweest zijn. Daar zagen we buiten een barak een klein groepje vrouwen zitten rondom een tafel.
Moeder De Keijzer (foto rechts) was een van hen. Op de tafel brandde een lamp en daarnaast lag een boek. De vrouwen praatten heel zacht met elkaar en probeerden niet op te vallen. Ik dacht: die zijn bij elkaar om te bidden en over de Bijbel te praten, wat officieel verboden is door de Japanners.
Plotseling zag ik een nogal grote slang recht op dat groepje vrouwen afkomen. Ik had te weinig verstand van slangen om te kunnen beoordelen of het om een giftige slang ging of niet. Ik zag alleen maar dat hij nogal groot was. De vrouwen hadden er geen erg in, want het was al donker buiten. Ik denk dat die slang aangetrokken werd door het licht van de lamp op de tafel. Hoe dan ook, ik sloeg alarm en wees de vrouwen op de slang die al redelijk dichtbij was. Een commotie dat dat gaf! Dat vond de slang blijkbaar ook, want hij schrok van al het lawaai en maakte dat hij wegkwam. Hij schoot onder een plankier en ik kon hem helaas niet meer vinden, ook de volgende dag niet.
Van toen af wist ik: er zijn vrouwen die onopvallend bij elkaar komen om hun zorgen bij de Heer te brengen. Dank U God voor moeders die een relatie hebben met U en Uw Zoon Jezus.
Dank U ook voor ‘Het vergeten leger’ van de Gurkha's: de Nepalese boerenzonen waardoor ik dit verhaal nog kan navertellen. Toen de nood het hoogst was…
‘Roep Mij aan ten dage der benauwdheid; Ik zal u redden en gij zult Mij eren.’ (Psalm 50:15)”, aldus de nu 91-jarige Rens de Keijzer, destijds in Indië bevrijd door de Gurkha’s.


BOEK

Het boek, waarin ook bovenstaande oorlogsverhaal in zijn oorspronkelijke lengte is opgenomen, heeft als titel: 'Van Hogerhand, verzamelde verhalen'.

  • De auteur is Rens de Keijzer.
  • De uitgever is Uitgeverij Iris.
  • Het is verkrijgbaar bij de boekhandel en op internet
  • ISBN-nummer 9789082958294

 

Terug naar het overzicht