Direct contact? Mail ons: info@oorlogsverhalen.com

Home > Namen > Ies Vorst

Ies Vorst

Rabbijn Izak (Ies) Vorst vertelt hoe hij, zijn ouders, zijn oudere zus en z'n twee broers de concentratiekampen Westerbork en Bergen Belsen overleefden. Zijn moeder haalde het eind van de oorlog niet: ze stierf in een Duitse goederentrein-wagon vlak voordat ze bevrijd werden door de Russen.

De bewaard gebleven foto van de Joodse familie Vorst/Van Gelder is in het begin van de Tweede Wereldoorlog gemaakt. Slechts enkelen van hen zouden de Holocaust overleven.
In het midden zien we Rabbijn Isak van Gelder. Op zijn schoot kleinzoon Izak, oftewel Ies. Naast hem bij oma z’n tweelingbroertje Josef. Beiden zijn geboren op 3 januari 1938. 
De vader van de tweeling is de latere Opperrabbijn Lou Vorst. Samen met zijn vrouw Henriëtte Vorst-van Gelder en hun in totaal 4 kinderen wonen ze tot mei 1943 op de Hugo Molenaarstraat 29 in Rotterdam. Het gezin overleefde tenauwernood de kampen Westerbork en Bergen-Belsen. 

Verloren transport

Kort voor het einde van de Tweede Wereldoorlog werden tussen 6 en 11 april 1945 uit concentratiekamp Bergen-Belsen 6800 gevangenen afgevoerd in 3 goederentreinen bij het zogenaamde 'Verloren Transport'. Hun bestemming was concentratiekamp Theresienstadt , waar ze in een net gebouwde gaskamer vermoord zouden worden. Maar om hun eigen hachje te redden, hoopte de SS ze als Austauschjuden (ruiljoden) tegenover de geallieerden te kunnen inzetten. 

Overlijden moeder

De laatste van deze drie treinen, waarin ook het gezin Vorst zat, maakte een dertien dagen durende dwaaltocht van meer dan zeshonderd kilometer door delen van Duitsland, die nog niet door de geallieerden bevrijd waren. Het transport kwam uiteindelijk tot stilstand in het plaatsje Tröbitz, in het oosten van Duitsland. Vlak daarvoor was in een van de wagons de moeder van Ies (Henriëtte Vorst-van Gelder, foto rechts) overleden.

Zoon van opperrabijn

Ies Vorst (foto rechts) is de zoon van de voormalige Rotterdamse opperrabbijn Lou Vorst. Zijn grootvader Isak van Gelder was rabbijn in Den Haag.

Naar Israël

In de jaren '60 van de vorige eeuw is Ies Vorst geëmigreerd naar israël om als ingenieur hulp te bieden bij het bouwen van de nieuw aan te leggen haven  van Ashdod. Daar is hij in contact ge-komen met de chassidische beweging Chabad en begonnen met zijn opleiding tot rabbijn.

Terug in Nederland

Enkele jaren later verhuisde de inmiddels getrouwde Vorst naar Nederland om de joodse gemeenschap in Nederland te helpen opbouwen. Hij was betrokken bij de oprichting van de joodse scholengemeenschap Het Cheider en de joodse gemeente in Amstelveen. Vorst is lid van het Nederlands College voor Rabbinale Zaken (Wa'ad Harabaniem), hoofdgezant van Chabad in Nederland, en actief als hoofd van de Joodse Jeugdvereniging Tikwatenoe. 

Kinderen

Ies Vorst en zijn vrouw Dobbe hebben kinderen in de Verenigde Staten, Israël, Frankrijk, Nederland en in het Verenigd Koninkrijk. Een zoon is rabbijn in Rotterdam, een schoonzoon, Shmuel Katzman, is rabbijn van Den Haag en een andere schoonzoon is rabbijn te Nijmegen.


De video met het oorlogsverhaal van Ies Vorst is mede mogelijk gemaakt door een subsidie van het vfonds (Nationaal Fonds voor Vrede, Vrijheid en Veteranenzorg) in het kader van het project 'De laatste ooggetuigenissen van (de gevolgen van) de Tweede Wereldoorlog' van de Stichting Oorlogsverhalen.


 

 

Terug naar het overzicht