Direct contact? Mail ons: info@oorlogsverhalen.com

Home > Oorlogsverhalen op naam > Albert en Philip Beek

Albert en Philip Beek

Albert en Philip Beek zijn neven. Als jonge joodse mannen proberen ze begin januari 1942 op een boot vanuit Scheveningen naar Engeland te komen. Maar er is verraad in het spel. Ze worden in de Scheveningse haven opgepakt en afgevoerd naar de Duitse concentratiekampen.

Albert Beek

Vier jaar na hun huwelijk krijgen David Beek en Rachel Kapper hun enige kind: Albert (foto rechts). Hij wordt geboren op 26 april 1922 in Amsterdam. In 1928 scheiden zijn ouders. Zijn moeder hertrouwt met Jacob Cohen, makelaar in koffie uit Rheden. Ook dit huwelijk liep spaak: in 1938 werd de echtscheiding uitgesproken

Philip Beek

Philip Beek werd als eerste van drie kinderen geboren in Amsterdam op 19 januari 1915 als zoon van Isaac Beek en Henriëtte Bramson. Vader Isaac was voorzitter van de Joodse Gemeente Bussum, waarnaar ze in 1915 verhuizen. In Bussum worden zijn zus Rebecca Elizabeth geboren (1-10-1917) en zijn broer Joseph Nicolaas (19-11-1921).

Naar Engeland

In 1942 besluiten Albert en zijn neef Philip naar Engeland te vluchten, omdat zij als jood hun leven onder de Duitse bezetter niet zeker zijn. Philip was inmiddels leraar in Haarlem. De Haagse handelsreiziger Willem van Wieringen wilde samen met andere joden ook vluchten. Via bemiddelaar Aalbert de Jong en zijn collega grondarbeider Dirk Storm was er een schip geregeld, de Scheveningen 81. Van Wieringen betaalde hiervoor ruim 5000 gulden aan De Jong. Storm zou als schipper de overtocht doen.

Verraad

Op zondagavond 4 januari 1942 als alle 12 vluchters aan boord zijn, doen de Duitsers een inval. Er is sprake van verraad. Alle vluchters worden gearresteerd.

Philip

Philip, die bij de Duitsers te boek blijkt te staan als lid van het ‘Algemeen Verzet’, wordt op 7 januari 1942 overgebracht naar het beruchte Oranjehotel te Scheveningen. Via Kamp Amersfoort beland hij op 31 maart 1942 in concentratiekamp Buchenwald (foto rechts). Hij krijgt het nummer 1789. Op 17 juni 1942 wordt hij om 6.30 uur vermoord in Buchenwald, in de kamparchieven omschreven als “akute Herzschwaeche”. Hij is dan 27 jaar.

Bij zijn dood bezat Philip 30 Reichsmark. Dat bedrag zou ten goede komen aan zijn moeder. Maar die ontving niets. De Duitsers hielden 2 Mark 10 in voor portokosten en 27 Mark 48 voor overschrijfkosten van de Sicherheitspolizei in Amsterdam. En zelfs de 42 Pfennig die resteerden belandden in de zakken van Philip’s moordenaars. Zo is te lezen in het bewaard gebleven Archiv Buchenwald.  De naam van Philip Beek staat op de Erelijst der Gevallenen, die sinds 1960 in de Tweede Kamer ligt, en waarvan elke dag een pagina wordt omgeslagen.

Radio verslag

Over het concentratiekamp Buchenwald is voor Radio Herrijzend Nederland door een ANEP-journalist een gesproken verslag gemaakt van zijn bezoek aan het kamp op 29 april 1945. Hij sprak er met enkele Nederlandse overlevenden. De journalist beschrijft de schrille tegenstelling van de prachtige omgeving buiten het kamp en de ontreddering, de vuilnishoop die het kamp was en de stank daarbinnen. Hij trof er, zoals hij het verwoordde "geraamten met vlees overspannen aan van wie alleen de geest nog leefde". Het radio verslag is hiernaast te beluisteren.

Albert

Albert Beek wordt ook op het vluchtschip gearresteerd en door de Duitsers beschreven als ‘Politischer Jude‘. Hij “hat versucht nach England zu fahren”. Op 31 Maart 1942 komt hij terecht in concentratiekamp Buchenwald. Daar krijgt hij gevangenenummer 1742. Als beroep wordt opgegeven boekhouder. Albert kwam binnen met een transport van 89 personen waarvan 4 joden.

Kamp Gross Rosen

Op 5 September 1942 wordt Albert op transport gesteld naar kamp Gross Rosen (foto rechts) in het Poolse Silezië. Daar zit hij in Blok 4 en heeft er nummer 4958.
Gross Rosen, eerst opgezet als satelliet-kamp van kamp Sachsenhausen, werd op 1 Mei 1941 een concentratiekamp in het kader van Hitler’s dwangarbeidersproject Riese. De gevangenen worden er afgebeuld in de steengroeve. De gemiddelde levensduur in het kamp is 5 weken. Er zijn hier 40.000 dwangarbeiders omgekomen.

Eindbestemming

Op 16 Oktober 1942 wordt Albert Beek overgebracht naar vernietigingskamp Auschwitz -1 (foto rechts) in Polen. Hij krijgt gevangenenummer 68220 op zijn arm getatoeëerd. Albert wordt geplaatst in het hoofdkamp (sector Bla). Daar komt hij terecht in ziekenbarak 28. Op de begane grond is de afdeling ‘interne geneeskunde’. Bedoeld als polikliniek maar berucht om de medische experimenten op mensen. Samen met 110 andere gevangenen wordt Albert Beek op 14 November 1942 vermoord in een van de gaskamers van Auschwitz. Hij is dan 20 jaar.

Alleen van Albert is een vage foto bewaard gebleven. Van zijn neef Philip is er geen beeltenis meer over.

Dit artikel is geschreven naar aanleiding van een gedetailleerd en gedocumenteerd overzicht van het leven van de neven Albert en Philip Beek opgesteld door Paul Beek, een naoorlogse nazaat van de familie Beek. Dit overzicht is hier >> te lezen.

Terug naar het overzicht