Direct contact? Mail ons: info@oorlogsverhalen.com

Home > Thema's > Politionele acties

Politionele acties

Politionele actiesKort na de Japanse capitulatie in augustus 1945 riep Soekarno de onafhankelijkheid uit. Er braken vijandelijkheden uit tussen Indonesische nationalisten en de troepen uit het Britse Gemenebest die strategische posities in de Indische archipel hadden ingenomen. In oktober 1945 ontbrandde de strijd om Soerabaja, een stad die de nationalisten na bloedige gevechten moesten prijsgeven. Daarmee was de Indonesische Onafhankelijkheidsoorlog begonnen.

Nederlandse troepenmacht

Pas in maart 1946 werden door de Britten Nederlandse troepen in Indonesië toegelaten. De Nederlandse regering erkende de Republiek Indonesië niet als onafhankelijke staat, maar beschouwde haar als een opstandige beweging binnen de kolonie Nederlands-Indië. De toenmalige Nederlandse regering onder leiding van minister president Drees stuurde een grote Nederlandse troepenmacht van uiteindelijk 140.000 militairen naar Indië. Aanvankelijk waren dit vrijwilligers, later dienstplichtige militairen.

Politionele acties 1Politionele acties

Er werden door het Nederlandse leger tweemaal grote militaire acties gevoerd om de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog neer te slaan en het Nederlands gezag over bepaalde gebieden te herstellen. De Nederlandse regering noemde ze  ‘politionele acties’ .

Eerste polionele actie

De eerste ‘politionele actie’ was van 21 juli tot 5 augustus 1947. Het onder leiding van legercommandant generaal Simon Spoor voor dez actie opgestelde operatieplan 'Product' beoogde de bezetting van de economisch belangrijke gebieden in het westen en oosten van Java en rond de enclaves in Sumatra de tweede van 19 december 1948 tot 5 januari 1949.

Politionele acties 2Tweede politionele actie

Drijvende kracht achter de tweede politionele actie , die ‘Operatie Kraai’ heette,  was - naast legercommandant Spoor - de Hoge Vertegenwoordiger van de Kroon, oud-premier Beel. Volgens het operatieplan zouden Nederlandse troepen het resterende grondgebied van de Republiek in Java en Sumatra binnentrekken en daar posities innemen. Maar voor alles moest de Republikeinse hoofdstad Jogjakarta bij verrassing worden ingenomen. Men hoopte daar de regering en legerleiding van de Republiek gevangen te kunnen nemen. De TNI, het Indonesische leger van Soekarno, moest op Midden-Java worden omsingeld en uitgeschakeld. Als deze opzet slaagde zou de Republiek feitelijk ophouden te bestaan en zou de internationale gemeenschap voor een voldongen feit worden geplaatst.
In de vroege ochtend van 19 december 1948 landden Nederlandse parachutisten van het Korps Speciale Troepen (KST) op het vliegveld van Jogjakarta. De bewaking werd snel onschadelijk gemaakt, waarna door de lucht versterkingen werden aangevoerd. Binnen enkele uren was de stad in Nederlandse handen en waren de Indonesische leiders, waaronder Soekarno en Hatta, opgepakt. De Republikeinse legerleiding, waaronder opperbevelhebber Soedirman, slaagde er evenwel in te ontsnappen.

Politionele acties 3Opmars

Ondertussen waren de Nederlandse troepen vanuit Oost- en West-Java aan hun opmars in Midden-Java begonnen. In het noorden werd de aanval ingezet met een amfibische landing door de Mariniersbrigade. De troepen stuitten op hevige tegenstand van de TNI en ondervonden ook hinder van moeilijk begaanbare wegen ten gevolge van de moesson. Uiteindelijk werden wel alle territoriale doelen in Midden-Java bereikt, maar men was er niet in geslaagd de TNI de genadeslag toe te brengen. De TNI had zich volgens tevoren opgestelde plannen teruggetrokken op plaatsen, die buiten bereik van de Nederlanders lagen en van waaruit de guerrilla zou worden gevoerd.
De Nederlanders trokken ook nog Bantam op West-Java binnen. Op Sumatra bleef de actie beperkt tot de bezetting van een aantal strategisch gelegen plaatsen in Republikeins gebied.

Slachtoffers

In de Indië-oorlog sneuvelden circa 6200 Nederlandse militairen. Onder de Nederlandse en Indisch-Nederlandse burgerbevolking en onder Molukkers en Chinezen vielen tijdens de zogenaamde ‘bersiap’ en kort daarna volgens een recente schatting van de Amerikaanse onderzoeker William Frederick meer dan 35.000 Nederlanders, Indische-Nederlanders, Ambonezen en Chinezen, onder wie vrouwen en kinderen, om het leven gebracht door Republikeinse strijdgroepen, zoals de zogenaamde Pemoeda-groepen, maar ook door het leger van de Republiek. In de jaren daarna richtte het Republikeinse geweld zich niet alleen tegen de Nederlandse troepen. Indonesiërs die ervan werden verdacht met de Nederlanders samen te werken, of behoorden tot groeperingen die het gezag van de Republiek aantastten (zoals de communisten), werden het slachtoffer van moordpartijen. De Jong spreekt in dit verband over enkele tienduizenden slachtoffers, alleen al op Java. 'Op Sumatra' aldus Prof Dr L.de Jong, 'is het niet anders geweest'
 
Aan Indonesische zijde vielen naar schatting 150.000 doden. Dat waren zowel slachtoffers van Nederlands militair optreden als van geweld uitgeoefend door de Indonesische nationalisten tegen politieke tegenstanders en vermeende pro-Nederlandse elementen onder de eigen bevolking.

Soevereiniteitsoverdracht

Na langdurige onderhandeling vond uiteindelijk op 27 december 1949 in Amsterdam de soevereiniteitsoverdracht plaats tussen Nederland en de Republiek Indonesië.

Bron tekst: Wikipedia-Indonesische Onafhankelijheidsoorlog
Foto's: Pia Media en onbekend